15-10-09

Gedwongen lening jaar IV in Kerkom

In Juli 1794 versloegen de Franse revolutionaire troepen het Oostenrijkse leger bij Fleurus. Dit was het begin van de tweede bezetting van onze gewesten door de Fransen. Deze stond in schril contrast met de eerste bezetting in 1792-1793. Toen beschouwden de Fransen onder leiding van generaal Dumouriez zich als bevrijders, die de democratische gedachte in de Nederlanden kwamen verspreiden. Deze keer beschouwden de Fransen zich als bezetters, die tot taak hadden onze gewesten leeg te zuigen ten voordele van de Franse oorlogseconomie.

Ze onderwierpen de bevolking aan zware oorlogsheffingen en belastingen in allerlei vormen, zoals invordering van graan, paarden en vee, schoeisel, arbeidskrachten en kunstwerken. De Fransen waren minutieuze boekhouders, die alles bijhielden wat er gebeurde, tot in de kleinste dorpen toe. We hebben lijsten van de gedwongen lening van het jaar IV voor elke gemeente van Brabant, waaruit we hier de gegevens voor Kerkom geven, gedateerd op 29 pluviose IV (18 februari 1796):

Jean Wera:  municipaal agent 'ad interim' (d.i. in afwachting van de verkiezingen), landbouwer, deels met eigen grond, deels met pachtgrond, Zijn vermogen wordt geraamd op 2500 pond, zijn inkomen op 500 pond. Hij werkt mee aan de opeisingen en draagt bij door middel van wagens en logementen.

Jean de Villers: adjunct-municipaal agent ad interim, zijn vermogen wordt geschat op 4000 pond. Bij geraamd inkomen staan twee getallen: 480 en 200 pond. Misschien is die 200 pond het bedrag van de opeising. Hij heeft een grote familie en voldoet aan de opeisingen.

Pierre Van Parijs: landbouwer met pacht- en eigen grond, geraamd vermogen: 4000 pond, inkomen: 600 pond (50 pond als opeising?). Hij heeft een grote familie en draagt bij aan de opeising door middel van karren.

Jacques Van Elderen, père: landbouwer, geraamd vermogen: 3200 pond, geraamd inkomen: 400 pond (100 pond opeising?). Hij voldoet aan de opeisingen.

Le citoyen Cleijnens: pastoor, leeft van zijn pastoorsvergoeding van 100 pond. Hij kan bijdragen aan de republiek.

Zoals uit de tekst blijkt, droegen de aangeslagenen grotendeels bij in natura: het leveren van transportdiensten met karren en de inkwartiering van soldaten.

De bedragen in pond zijn waarschijnlijk uitgedrukt in het Franse pond tournois, terwijl men tot dantoe in de Oostenrijkse Nederlanden de Brabantse gulden gebruikte. De verhouding was 49 gulden voor 90 pond tournois. Later werd het pond tournois vervangen door de decimale frank, die 5 gram zilver bevatte.

Drie personen kwamenwe reeds tegen in de strotelling van 1792 voor Kerkom: Jacobus/Jacques Wera (25.500 pond stro), de grootste landbouwer van Kerkom, Petrus/Pierre Van Parijs (17.000 pond), en Joannes/Jean de Villers (14.400 pond).

 

Bronnen

Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. 1347, Gedwongen lening kanton Glabbeek
Vrijheid gelijkheid of de dood. 1 oktober 1795. Brussl op een keerpunt, Brussel, 1995.

De commentaren zijn gesloten.