28-12-09

Boerenkrijg in het kanton Zoutleeuw (november 1798)

Met de Boerenkrijg bedoelt men de opstand van hoofdzakelijk plattelandsbewoners van onze gewesten tegen het Franse regime tijdens de maanden oktober-december 1798. Ik wil mij hier niet uitspreken over de ideologische wortels van de Boerenkrijg, die in de 19de eeuw door de katholieken en de flaminganten werd geaccapareerd. In de hedendaagse visie op de Boerenkrijg was het een wanhoopspoging van de tot het uiterst getergde plattelandsbevolking die zich in haar essentiele waarden geminacht voelde door de Franse revolutionairen.

Hier geef ik in een vrije vertaling het verslag van Coenen, commissaris vqn het kanton Zoutleeuw, aan departementscommissaris Mallarmé van het Dijledepartement op 19 november 1798. Het verslag is zo levendig geschreven, dat ik mij van commemtaar onthoud. Tenzij dit: de Brigands hadden de stad Diest ingenomen, maar werden daaruit door de Franse troepen verdreven. Blijkens dit  verslag van kantonscommissaris Coenen verzamelden de verslagen Brigands zich in de kantons Zoutleeuw en Glabbeek. Naderhand zouden ze zich begeven naar Hasselt, waar ze op 5 december 1798 vernietigend verslagen werden door het Franse leger.

Coenen, commissaris van het kanton Zoutleeuw, aan Mallarmé, Commissaris van het Dijledepartement, 19 november 1798

Na hun nederlaag in Diest (15 november) zijn de Brigands op 16 november om 9 uur 's morgens gearriveerd in de hoofdplaats van dit kanton (Zoutleeuw), ten getale van 800 à 900, Na gegeten en gedronken te hebben, zijn ze vertrokken naar Rummen, waar de inwoners hen deden geloven dat de (Franse) troepen in aantoch waren.. Ze zijn gevlucht en hebben uiteindelijk halt gehouden op de Bolderberg [gehucht van Zolder?] , in de omgeving van de voormalige abdij van Herkenrode. Daar hebben ze zich verspreid: een deel is naar huis gegaan, een ander deel heeft zich diezelfde dag (16 november) op pad begeven naar het kanton Glabbeek, waar ze een schuilpaalts hebben gezocht in de bossen rond de gemeenten Kortenaken, Kersbeek, Kapellen, Hoeleden, Miskom, etc. Daar zijn ze gedurende een onbepaalde tijd gebleven. We dachten dat ze zich verspreid hadden, maar neen, integendeel, ze zijn zich aan het groeperen. De rebellen die naar andere plaatsen gevlucht waren, trekken daar naartoe..

Gisteren (18 november) heb ik iemand gestuurd om hen te bespionneren. Hij werd aangevallen door de Brigands in Kortenaken, ze rukten zijn tricolore kokarde af. Hij zegt dat hun aantal 2000 man bedraagt, een aantal dat dagelijks groter wordt. Uit de rapporten die mij bereiken, ben ik er zeker van dat de Brigands, die na hun nederlaag in Diest naar huis zijn gegaan, zich nu opnieuw naar de bovenvermelde gemeenten begeven.

Gisteren (18 november) was op de kerkdeuren van Kortenaken, Hoeleden, etc. aangeplakt dat het verzamelpunt in Kortenaken ligt. Die affiches zijn ook in mijn kanton verspreid, ze zijn onder andere in groten getale in Geetbets aangeplakt. De Brigands worden door deze opruiende affiches opgeroepen om de door God beschermde wapens op te nemen. Ze nodigen ook de conscrits uit om de wapens ter hand te nemen voor de verdediging van de Religie.

Gisteravond zijn niet alleen die van mijn kanton, maar ook die van andere kantons naar het verzamelpunt vertrokken.

Na dit alles, commissaris, u ziet dat ik niet in mijn kanton kan blijven zonder gesteund te worden door de gewapende macht, die er momenteel niet is. Ik heb geen enkele man, mijn agenten die trouw zijn gebleven durven niet naar mij te komen, tenzij incognito 's nachts, uit angst om door de Brigands vermoord te worden. Ze verspreiden pamfletten waarin ze zeggen dat ze zich zullen vergrijpen aan de ambtenaren die nog durven hun functies te vervullen.

Zo is de situatie in mijn kanton, waar ik vanmorgen teruggekeerd ben om er te blijven, totdat ze me voor de achtste keer zullen verdrijven.

 Groet en broederlijkheid

 Coenen

Bronnen

Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. 3878.

27-12-09

De municipaal agent van Lubbeek meldt zich ziek (januari 1796)

    We hebben het al dikwijls gezegd dat de Franse revolutionairen geen sinecure hadden om in 1795/96 geschikte bestuurders te vinden voor de gemeentelijke plattelandsbesturen. In afwachting van de verkiezingen van 1797 werden deze benoemd door de Centrale administratie van het Dijledepartement. Talrijk waren de uitvluchten waarmee de kandidaten voor de functies van municipaal agent en adjunct trachtten zich eronderuit te werken.

    Neem nu de brief brief die Henri Dillemans, die tot municipaal agent van Lubbeek was benoemd, op 10 januari 1796 aan departementscommissaris Lambrechts schreef, waarin hij de redenen uiteenzette waarom hij die functie niet kon waarnemen: Malgré mon zêle pour le bien public, je me sens de tous chefs incapable de remplir cet emploi: d' abord je ne sais pas la langue française, et je ne peux pas bien lire ni écrire le Flamand, même je ne suis pas en état de dresser une declaration et beaucoup moindre un proces-verbal ou tableau. Ma santé altérée depuis longtemps me defend de vaguer ... aux affaires publiques qui ne sont pas de mon resort...De ongelukkige Dillemans had bij deze brief zelfs een medisch attest gevoegd, waarin de chirurgijn van Lubbeek zijn aanvraag ondersteunde. Wou hij het republikeinse bestuur flutjes wijsmaken, en had hij het op een akkoordje gegooid met de dokter van Lubbeek om hem ziek te verklaren, teneinde zich aan zijn taak te onttrekken? In alle geval, het is duidelijk dat de kandidaten die door de Centrale Administratie van het Dijledepartement waren aangesteld om de plattelandsgemeenten te besturen, niet erg geneigd waren om de hen toevertrouwde taak op zich te nemen.De functies van municipaal agent en adjunct waren niet bezoldigd, hun werk en hun officiële ambt waren moeilijk te combineren, en velen beriepen zich op ziekte. Ook de verplichting om de eed van haat aan het koningschap af te leggen schrikte velen af. 

    Bronnen

    Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. 2867.

24-12-09

Verkiezingsfraude in Bunsbeek, jaar VI

Enkele burgers van Bunsbeek aan de Centrale Administratie van het Dijledepartement, 1 prairial jaar VI (20 mei 1798)

In vorige bijdrage hebben we gezien hoe de verkiezingen tijdens het Directoire in onze gewesten georganiseerd werden. In de kantonnale Assemblée primaire werden de kiesmannen verkozen, die later de kandidaten voor de wetgevende lichamen in Parijs konden aanduiden. Daarnaast vonden ook verkiezingen plaats waarbij de lokale bestuurders van elke gemeente werden aangeduid: de agent municipal en de adjoint. Die verkiezingen vonden plaats in de gemeentelijke Assemblée municipale.

De verkiezingsprocedure voor de lokale ambtenaren was dezelfde als voor de departementale kiesmannen: alleen burgers die ingeschreven waren in het Registre civique konden stemmen en verkozen worden. Er werd een voorzitter, secretaris en stemopnemers gekozen. De namen van de kiezers ingeschreven op het Registre civique werden voorgelezen, waarna overgegaan werd tot het kiezen van een municipaal agent en zijn adjunct.

Op lokaal vlak vond er een machtsstrijd plaats tussen overtuigde republikeinen en aanhangers van de oude orde. Elke groep trachtte de verkiezingen te gebruiken en te manipuleren ten eigen bate. We hebben een geval gevonden in verband met de verkiezingen van 1 prairial jaar VI (20 mei 1798) van de municipale agent van Bunsbeek, dat tot het kanton Glabbeek behoorde. Blijkens de klacht van enkele Bunsbeekse burgers werd Joseph Denis verkozen, die niet op de kiezerslijst was ingeschreven, hetgeen onwettelijk was. Jean Charles, Toelen en Jan van Goedtshoven, deden hierover hun beklag bij de Centrale Administratie van het Dijledepartement. Wellicht waren zij aanhangers van het Franse regime, anders zouden ze niet kunnen hopen om gehoor te vinden bij het bestuur van het departement. Opvallend is dat ze de klacht in het Nederlands maakten, terwijl alle administratie in het Frans behoorde te gebeuren.

Ik geef hier letterlijk de klacht van die verontwaardigde burgers van Bunsbeek. Maar omdat men toen nauwelijks hoofletters, komma 's en punten gebruikte, voeg ik die er zelf aantoe om de leesbaarheid te bevorderen. Ook voeg ik witregels toe, omdat monolitische teksten op internet nauwelijks leesbaar zijn. Hier staan we voor fundamentele problemen in verband met teksteditie: blijven we zo getrouw mogelijk aan de letterlijke tekst, of passen we hem aan teneinde hem voor hedendaagse lezers begrijpelijker te maken?

Vrijheijdt gelijkheijdt broederlijkheijdt

Proces verbael van wegens de gemeijnten van Bunsbeek, canton van Glabbeek

Wij ondergeschreven borgers van Bunsbeek, verclaeren hoe dat op den 13 floreal 6 jaar de Republiek, binnen onsen dorpe van Bunsbeek, canton van Glabbeek, omtrent 3 uren naer middag sijn vergaedert geweest de borgers, welke regt hebben om te kiesen, tot het kiesen voor eenen agent, ten huijse van joannes van Troeijenhoven tot Bunsbeek,

ende de gemeijnten vergaedert sijnde, is er gekosen eenen president  met eenen secretaris en drij scrutateurs, en eer den keus begonst is, den apel gedaen van de borgers staende op den borgers leijst, en den apel gedaen sijnde, is er uijtgesproken, al die op den borgers leijst oft Register civick niet en stonden, dat sij geen stem konde geven, oft niet en konde aengekosen worde,

dan is het geschiet, als dat door de meerderheijdt der stemmen is aengekosen voor agent Josephus Denis, inwoonder tot Bunsbeek, welke op den borgers leijst of register civick niet en staet, en dat wij ondergeschreven borgers protesteren tegen die stemme die Josephus Denis heeft bekomen, en dat wij seggen als dat de amt van agent souden moeten sijn aen die de meeste stemme heeft bekome naest Joseph Denis, welke op den registre civik staet,

daerom sende wij ondergeschrevenen, aen u oppermagt dees proces verbael om te laeten cesseren volgens de wetten van t republieck, ende versoeke wij ondergeschrevene dat ul: de goetheijdt souden willen hebben van cito te willen schreijven aen het canton van Glabbeek over het versoek van dese klacht

Blijve met alle eer en respeck ul: onderdaenig en houwe ons aen de wet der Republiek vive Republieck

Actum Bunsbeek canton van Glabbeek, den 1 prairial 6 jaar der Franse republieck

Jean Charles
Toelen
Jan van Goedtshoven

Bronnen

Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. XX.

23-12-09

Verkiezingen van het jaar VI in het kanton Glabbeek

Toen onze gewesten op 1 oktober 1795 bij de Franse Republiek werden geannexeerd, werd hier ook de grondwet van het jaar III van kracht verklaard. Die voorzag in het houden van getrapte verkiezingen voor de Conseil des Cinq-Cents en het Corps Législatif in Parijs. Alle burgers ouder dan 21 jaar, die zich hadden laten inschrijven op de kiezerslijst, het Registre Civique, konden stemmen. De kiezers waren verzameld in de Assemblée primaire per kanton. Die kozen dan een aantal kiesmannen, die later in de Assemblée électorale in de departementshoofdstad de kandidaten voor de wetgevende kamers in Parijs kozen.

De verkiezingen vonden elk jaar op 21 maart plaats. Wegens politieke redenen achtten de Franse gezagsdragers het niet opportuun om al in het jaar IV (1796) verkiezingen in de geannexeerde gewesten te organiseren. Die vonden voor het eerst plaats in het jaar V (1797). Hier geef ik het verslag van de verkiezingen van het jaar VI in het municipaal kanton Glabbeek (21 en 25 maart 1798).

De kiesverrichtingen waren strikt gereglementeerd volgens de wet. Alleen zij die ingeschreven waren in het Registre civique mochten stemmen. De oudste kiezer werd voorlopig voorzitter van het stembureau en de jongste kiezer voorlopig secretaris. Vervolgens gingen de kiezers over tot het kiezen van een definitieve voorzitter en secretaris. Op de tweede kiesdag (25 maart) kozen ze drie definitieve stemopnemers (scrutateurs), waarna de voorzitter het kiesbureau als definitief verklaarde. Tenslotte ging men over tot het verkiezen van de kandidaten door het deponeren van de stembriefjes in een urne.

Hier werden Joseph Louis Coenen, dokter en schoonbroer van de kantonnale commissaris, en Winand Pierre Schutters verkozen tot de kiesmannen van het kanton Glabbeek. Volgens kantonscommissaris Van Rattemborch waren het goede en loyale republikeinen, die niet zouden teleurstellen. Van Rattemborch stelt natuurlijk de situatie schoner voor dan hij in werkelijkheid was. Het Franse regime werd door het grootste deel van de bevolking gehaat en het was uiterst moeilijk om de burgers ertoe over te halen te gaan stemmen. In dit verslag bijvoorbeeld staat niet hoeveel kiezers er ingeschreven waren in het Registre civique, en hoeveel van hen zijn opgedaagd bij de verkiezingen. Het zullen er weinig geweest zijn, als ik afga op hetgeen ik gelezen heb over de verkiezingen in andere kantons. Ook waren er de manipulaties van de kiezerslijsten, het ongeldig verklaren van verkiezingsresultaten wanneer die het Franse bewind niet welgezind waren, etc.

 

Van Rattemborch, commissaris van het kanton Glabbeek aan Mallarmé, commissaris van het Dijledepartement, 6 brumaire jaar VI (moet VII zijn) (21 oktober 1798)  

Les habitans du canton de Glabbeek inscrits sur le registre civique aiant droit de voter, se sont assemblés du plein droit le premier germinal an 6me (21 maart 1798) de la Republique Francaise une et indivisible, à deux heures et demi du relevée, et après le son de cloche se sont formés en bureau provisoire, et le President d' âge aiant d' abord invité les citoyens aiant droit de voter, qui n' étoient pas âgés de vingt cinq ans, sachant lire et écrire à se rapprocher du Bureau, et le plus jeune d' âge sachant lire et écrire, étant réconnu pour secrétaire provisoire, et le Président d' age aiant déclaré que l' assemblée étant point definitivement constituée, on ne pouvait s' occuper d' un autre object, que l' élection d' un President, et d' un Secrétaire et scrutateurs definitifs, et le President d' âge a invite le Secrétaire provisoire de faire l' appel nominal alphabétique des Citoyens inscrits au Registre Civique du Canton de Glabbeek, qui fut remis de la part de la municipalité au Bureau provisoire et de suit le Secrétaire a commencé l' appel nominal, marquoit les noms absents, et comme le réappel, et chacun a mis son billet dans une vase close, et un billet contenant..? dans une autre vase, et après exact dépouillement, le Président ayant obtenu la majorité absolu des suffrages, ainsi que le Secrétaire aiant obtenu la majorité absolu sont reconnus Président et Secrétaire définitifs, et la Séance fut ajournée jusqu' au cinq germinal (25 maart) pour procéder au elections des scrutateurs et electeurs pour notre Canton. C' est qui a proclamé par le Président, et ces Elections ont étés publiés dans chaque commune du Canton.

Le 5 Germinal à trois heures et demi les members étant assemblés, après lecture fait sur les instructions concernant les assemblées primaires, suivant la Loi du 18 Ventose, le Président et Secrétaire définitifs aiant fait le serment aux termes de l' article XI de la Loi du 19 Fructidor, le Président a annoncé à l' assemblée qu' on alloit procéder à un seul scrutin à la nomination des trois scrutateurs définitifs, et les trois scrutateurs provisoires ont continués jusque la à en exercer les fonctions durant cette Election, et sur l' invitation du Président le Secrétaire a fait l' appel nominal de la liste remise de la part de la municipalité, et après le réappel chaque membre présent appelé à approcher le Bureau pour écrire ou faire écrire son bulletin, et a prêté individuellement le serment préscrit à haut et intelligible voix, et depuis il a deposé son bulletin dans le vase destiné à les recueillir, et après exact depouillement les trois Citoyens aians obtenus la majorité absolue des suffrages, sont reconnus et proclamés scrutateurs définitifs, et le Président aiant declare, que le Bureau définitivement organisé, on alloit procéder à l' election de deux Electeurs suivant la declaration fait par la municipalité, le Président a invite le Secrétaire a faire l' appel nominal, et après l' appel fait il a demandé à l'assemblée primaire, si les noms portés sur le Registre Civique ne devoit être disputes a aucun Citoyen, l' Assemblée a declare qu' elle ne fut pas dans le cas d' exclure aucun Citoyen porté par la municipalité sur le Registre Civique, et l' Assemblée a arrêté de procéder à l' election de deux Electeurs, et après exacte depouillement, l' Assemblée primaire du bon Conseil du Canton de Glabbeek nous a rendus deux honnêts et loyals Citoijens pour Electeurs du Département de la Dyle, savoir le citoyen Joseph Louis Coenen, médecin, mon beau frère et le Citoijen Wijnand Pierre Schutters, sur les quels on peut compter, et qui sont des vraix et bons Républicains, et qui ont beaucoup contribués..., les quels vous présenteront leur Respect à leur arrivée à Bruxelles Chef lieu du Departement de la Dyle

Salut et Respect

Van Rattemborch

Bronnen

Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. xxx