27-02-13

Drosaard van Brabant: reglement op de rondgasten

De plattelandsgemeenten waren sinds oudsher verplicht om zelf patrouilles te organiseren, met het oog op de openbare veiligheid. Maar zoals gemakkelijk te begrijpen is, zagen de meeste boeren er tegenop om die patrouilles te doen. Ze waren onbetaald en kostten een werkdag; vooral tijdens de piekmomenten van het agrarisch productieproces, tijdens de oogstperioden, liet de naleving van de rurale patrouillles veelal te wensen over. De dorpen konden, indien zij daarvoor wilden betalen, zich ontheffen van de verplichting om de weinig populaire boerenpatrouilles te organiseren. Zij konden dan een boogschutter van de compagnieën van de prevoost-generaal of de Drossaard nemen om ter plaatse dienst te doen als rondgast of patrouillant; in het Frans werden ze stationnaires genoemd, ook wel surnuméraires. De gemeenten die dit wilden, dienden een aanvraag bij de Staten van Brabant in te dienen, met een lijst van de aan de rurale patrouilles onderworpen inwoners. 

Toevallig vond ik in het Oud archief van Berlaar een naarder reglement op de in de dorpen gedetacheerde rondgasten van de Drossaard van Brabant. Belangrijk is dat hier een knelpunt wordt besproken: de bevoegdheidsverdeling tussen de rondgast van de Drossaard en de politie-organen van het dorp waar hij gestationneerd is. Hierover zullen we later talloze bevoegdheidsconflicten aantreffen. La guerre des flics is van alle tijden; dit herinnert aan de conflicten tussen de Rijkswacht en de gemeentepolitie in de 20ste eeuw...

Naarder reglement op de rondgasten van de Drossaard van Brabant (ca. 1765)

1. Wanneer één of meerdere rondgasten misdadigers, mensen zonder bestaansmiddelen of criminele personen aangehouden hebben, zullen ze deze eerst afleveren aan de officier van de gemeente waar de aanhouding is verricht, of in zijn afwezigheid aan de wethouders, om door dezen gevonnist te worden, naargelang de noodzaak. (in het Frans werd de 'doelgroep' genoemd: malfaiteurs, gens sans aveu ou personnes criminelles).

2. De deserteurs zullen afgeleverd worden aan het dichtstbijzijnde garnizoen, in overeenstemming met de plakkaten, tegen een kwittantie uitgeschreven door de officier aan wie ze zijn afgeleverd.

4. Vermits de graan-, hout- en vijverdieven, alsook de stropers voor het grootste deel tot de inwoners behoren, mogen de rondgasten hen niet aanhouden, tenzij met schriftelijke commissie van de respectieve officieren en met de hulp van de lokale sergeant; ze zullen zich niet in geen geval bezig houden met de interne zaken van het dorp waar ze gestationeerd zijn.

5. Het is ten strikste verboden aan de stationnaire om zijn post te verlaten; diegene waarvan vastgesteld wordt dat hij zich bedrinkt, herbergen bezoekt, of nochalant is in de uitoefening van zijn functie, zal onmiddellijk uit het korps verwijderd worden.

6. Tenslotte, alle excessen en brutaliteiten begaan door een deel van de rondgasten zullen rigoureus bestraft worden volgens de ernst van de zaak, zoals die bij monde van de officieren of wethouders ter ore komt van de Drossaard van Brabant.

7. Elke rondgast zal iedere maand via de koerier (par la casette: waarschijnlijk de reistas waarin een koerier te paard zijn documenten opbergt) of een andere middel een attest van goed gedrag afleveren, dat hij verkregen heeft van de zelfde officieren en mensen van de wet van hun respectieve dorpen waar ze stationnaire zijn om er hun ronde te doen.

Bron: RA Antwerpen (nu Beveren-Waas), Oud Gemeentearchief Berlaar, nr.17.

12:06 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.