17-12-13

Rekening van de heerlijkheid Neerlinter uit 1457-1458

Het is zeer uitzonderlijk dat we rekeningen vinden van (leken)heerlijkheden uit de late middeleeuwen. Als we er toch één vinden, dan heeft die bron een grote informatieve waarde.

Zo vond ik zes rekeningen van de heerlijkheid Neerlinter over de jaren 1456-1457, 1457-1458, 1458-1459, 1459-1460, 1460-1461 en 1461-1462. Deze waren opgesteld door priester Hendrik Cleyens, rentmeester van Colard van Baillet, heer van Neerlinter, ter gelegenheid van de voogdij over jonkvrouwe Cecelia van der Rivieren, dochter van wijlen Raas van der Rivieren.

Vermits in de late middeleeuwen een grote variëteit aan munten circuleerden, geeft zo 'n rekening weer in welk geld of in welk rekengeldsysteem die gewaardeerd is. Deze rekening is in gulden en stuivers, met 1 stuiver = 40 plakken en 1 gulden = 10 stuivers (den stuver van viertich  placken ende den  gulden van thien stuvers)

 De opbrengsten in granen worden geteld in mudden (1 mudde is ongeveer 234 liter en bestaat uit 8 halster, waarbij 1 halster = +/ 30 liter; voor haver gelden andere inhouden).

We hebben de rekening van het jaar 1457-1458 verwerkt (lopende van 6 november 1457 tot 6 november 1458).

ONTVANGSTEN

1) 'erfcijnzen' in geld en in kapoenen, vallende op kerstmis. De kapoenen, 240 in aantal, worden verkocht voor 2 stuivers per stuk, maakt 48 gulden

2) 'landpachten' in koren, vallende op kerstmis: 10 mudden rogge Diestse maat en 22 mudden rogge in 'hofpachten'

3) 'Molenkoren' en molenpachten: 42 mudden rogge

4) Ontvangsten in haver (evene): 42 mudden

5) vorsterij en preterij: 23 gulden van de vorsterij en 10 gulden van de preterij

6) verhuur van beemden: 40 gulden, vallende op Sint-Remigius (30 oktober)

7) paanhuis (banbrouwerij): 7 Peters, tegen 18 stuiver de Peter, maakt 22 gulden 6 stuiver

8) visrechten: inkomsten zijn te klein, zodat ze niet vermeld worden

9) pondpenningen: rechten op de verkoop of de berenting van cijnsgrond: ontvangen van Geert Goossens, Wouter Cuppens, Jan Van de Capelle, Jan van den Berge, in totaal 6 gulden 1 stuiver

10) keuren en breuken (boetes op overtredingen): 12 gulden 8 stuivers (hier wordt de Hollandse gulden van 16 stuivers vermeld, die wordt omgerekend naar de gulden van 10 stuiver, het geldsysteem dat in deze rekening wordt gebruikt)

11) andere inkomsten uit de molen (was?): 7 gulden 5 stuiver

 

UITGAVEN

We volgen hier de interne logica van de rekening, die uiteraard nogal afwijkt van hedendaagse boekhoudkundige normen. Elke categorie van uitgaven wordt onmiddellijk afgetrokken van de ontvangsten en hij rekent verder met wat er resteert.

1) Uitgaven in erfrenten en erfcijnzen (uutghegheven in erfcoerne) 39 gulden 3 stuivers. Dit wordt afgetrokken van de ontvangsten in geld, 114 gulden 6 stuivers, resteert 104 gulden 2 stuivers.

2) Overdracht van graan aan de heerlijke familie van Neerlinter (erfcoerne van rogghe) 19 mudden 5 1/2 halster, o.a. 13 mudden 1 halster voor heer Raas van Linter. Deze overdracht in graan wordt door de rentmeester als een uitgave geboekt, hetgeen ons vreemd overkomt, vermits dit graan net tot de 'winst' van de heerlijkheid behoort. DESPY heeft hetzelfde fenomeen opgemerkt in zijn analyse van de rekeningen van de heerlijkheid Jauche in Waals-Brabant. Daarom herschrijft hij de uitgaven van de rekening en splitst ze in twee categorieën: 1) de werkelijke uitgaven, en 2) de overdrachten aan de heer.

3) uitgaven voor de molen in natura (als van dat de molen stille stont om refectie daer aen te doen) 3 mudden 6 halster

4) andere uitgaven in rogge 5 mudden 3 1/2 halster

Totale uitgaven in rogge, 35 mudden 2 halster, worden afgetrokken van de ontvangsten in rogge, 94 mudden, resteert 68 mudden 6 halster. Deze worden verkocht aan 20 stuivers per mudde, dit maakt 137 gulden 5 stuivers.

De totale ontvangsten in haver (evene), 46 mudden, worden verkocht aan 13 stuivers per mudde, maakt 53 gulden 7 stuivers.

Som van alle verkochte rogge en haver 201 gulden 9 stuivers

5) uitgaven aan de molen in geld

(wordt vervolgd)

 ---------- 

Bronnen
RAL, SGB (Neerlinter), nr. 6549.
 
G. DESPY, Les campagnes du Roman Pays de Brabant au Moyen Age: la terre de Jauche aux XIVe et XVe s., Louvain-la-Neuve, 1981.
 
J. PEETERS, Het Land van Zichem in de late middeleeuwen volgens een heerlijke rekening uit de jaren 1436-'37, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1991, p. 1-36 en 171-196.

J. PEETERS, De inkomsten en goederen van de heer van Diest in 1334, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1994, p. 29-48.

J. PEETERS, De structuur en het beheer van de heerlijkheid Diest tijdens de late middeleeuwen, zoals weergegeven in een rekening uit de jaren 1434-1435, in: Oost-Brabant, 1995, p. 98-112 en 131-142.

17:40 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-12-13

Conflict over de banbrouwerij in Budingen (1683)

In de schepengriffie van Budingen vond ik een dik pak met stukken over een lang aanslepend proces uit 1683 tussen de heer van Budingen, Alexandre de Longin, en de dorpsgemeenschap. Bron van het conflict waren de banrechten op de brouwerij van de heer. Die brouwerij werd paanhuis of kamme genoemd. De banrechten stammen uit de middeleeuwen en betekende dat de inwoners van een heerlijkheid verplicht waren om de molen of de brouwerij van de heer te gebruiken.

In Budingen bezat de heer een dergelijke banbrouwerij, die aan een brouwer werd verhuurd. De tappers uit Budingen dienden er hun bier te laten brouwen. Meer nog, wanneer de brouwerij niet voldoende kon produceren om aan de vraag te voldoen, moesten de tappers toestemming vragen aan de heer om vreemde bieren te mogen inkopen, bijvoorbeeld uit Zoutleeuw, Leuven of Hoegaarden. Mits betaling natuurlijk,  “mits den heere recognoscerende, door een som geld te betalen. 

We weten niet hoe het conflict tussen de aanspraken van de heer van Budingen en de tappers van Budingen is ontstaan. De oude heer van Budingen hield strikt aan zijn banrecht op de brouwerij en liet overtreders ervan calengieren. Hij had “den feudalen camme” veel groter en gerieflijker gemaakt als voorheen. Na diens dood, trad zijn zoon Alexandre de Longin in het bezit van de heerlijkheid Budingen. Door zijn lange afwezigheid zal de verplichting om te moeten betalen voor het slijten van vreemd bier in onbruik geraakt zijn. Toen de heer opnieuw zijn banrecht wou laten respecteren, stootte hij op het verzet van de dorpsgemeenschap.

Wij weten niet hoe het proces is afgelopen, maar dit is een mooie casestudy over heerlijke rechten in de 17de eeuw. Hoe heren probeerden in onbruik geraakte oude verplichtingen nieuw leven in te blazen, en hoe de dorpsgemeenschap zich daartegen verzette.

Bron: RAL, SGB (Budingen), nr. 7179.

22:21 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |