13-02-14

Kaas uit het Hageland

Bij het bekijken van enkele pachtcontracten van de abdij van Vrouwenpark viel het me op dat er veel gegevens over kaas te vinden zijn. Naast de gewone levering van rogge en gerst, behoorde ook de levering van relatief veel kaas tot de pachtsom. Zo diende in 1462 de pachter van de abdijhoeve te Wezemaal te leveren '300 hantkesen.en 40 perskesen, alsook aan de kelderij van het godshuis '400 perskese ende 60 platte kesen'. Ook het pachtcontract uit 1444 voor het Boudenshof te Wommersom stipuleerde de levering van 300 geperste kazen. 

Volgens Lindemans waren er twee soorten kazen: 1) de geperste kazen, kazen met een vaste substantie en 2) de weke kazen. De belangrijkse en meest verhandelde kaas was de Vlaamse kaas. Het was een grote, witte kaas. De goed begraasde valleien tussen Tienen en Sint-Truiden schijnen in de late middeleeuwen een belangrijk centrum voor de produktie van geperste kaas te zijn geweest,  de Thiensche caes. Een pachtcontract te Ekeren vermeldt de levering van Tiense kazen (M. Limberger).

In de pachtbrieven van de abdij van Vrouwenpark uit de 15de eeuw vinden we dat elke kaas gemaakt moest zijn uit zes gelten melk. Een gelt is ca. 2.6 liter. Soms heetten ze Lintersche keesen (van Op- en Neerlinter) en Bautersche keesen (van Bautersem). (Hoewel, in een boek over de hertogin van Gelderland wordt lynthersche caes als lentekaas vermeld?).

De meest verspreide kaas was echter de weke kaas. In Oost-Brabant vinden wij hantkesen, proesse keesen en platte kesen. De handkaas wordt volgens Lindemans zo genoemd, omdat zij met de hand tot ballen werden gerold. In de streek van Tienen en Haspengouw vinden wij proesse keesen. Zo leverde het Hof ter Hagen te Budingen bij zijn pacht aan de abdij van Heilissem '200 proesse keesen' (pachtbrief van 1574). De proeskazen waren weke roomkazen, identiek aan vierkante kazen. De platte kaas was verse, ongerijpte kaas.

De inventaris van het geleend huisgerei van het hof Boydens te Wommersom, in 1444, vermeldt 'int keeshuys 5 perssteenen, 3 thijnen, een stande, 5 groete hulten melc teylen, twee emmeren met ijseren gebonde, 1 groote blauwen stene daer men de kesen op maect, 5 vijselen'.

In de rekeningen van de abdij van Vorst uit 1540 vinden wij:
14 wagen vlaems caesse (Vlaamse kaas)
2 wagen gruenen case (groene kaas)
81 cloten (klootkaas)
123 pont soe ingelscaes(Engelse kaas), haerlancaes (Haarlemse kaas) ende cordewaensche caes (kaas van Cordoba)
34 ponden scapecaes (schapenkaas)

in 1547 betaalde de pachter van de Kleine Schranshoeve in Bonheiden o.a. met 25 goede saenkeesen of cloetkeesen. Dit was weke kaas, bolvormig en niet groot.

In de 17de eeuw werd meer en meer de pacht in geld betaald en kwam er een einde aan het gedeeltelijk betalen van de pacht met kaas (zie thesis pachthoven van Tongerlo)

Bronnen

P. LINDEMANS, Geschiedenis van de landbouw in België, Antwerpen, 1952, dl. 2, p. 367-376.
Kazen en boter in de 16e eeuw, in: ESB, 1936, p. 335-336.
RAL, KA, 9550 (Archief Vrouwenpark)
J. COOLS, Bijdrage tot de geschiedenis der abdij van Vrouwenpark onder Rotselaar, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1952, p. 289-298, en 1953, p. 186-199.
E. RAES, Agrarisch verleden van Bonheiden

16:37 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.