20-02-14

Landbouwpacht in het Kwartier Leuven in de 15de eeuw

H.P.H. Jansen bestudeerde, naast de pachtcontracten uit de late middeleeuwen in de Meierij van Den Bosch, ook de tijdpacht in het Kwartier Leuven. Hier geef ik een korte samenvatting daarvan.

Pachttermijn

Meestal 3 jaar of een veelvoud daarvan.

Ingangsdatum

De gebruikelijkste datum waarop de pachten ingaan is half maart, die een goede caesuur vormt in het agrarisch jaar: het begin van de landbewerkingen na de periode van vorst en sneeuw in de winter. Het wintergraan begint op te komen, het zomergraan is juist gezaaid, de braak heeft ploegvoren ontvangen. De verdere agrarische bewerkingen komen op rekening van de intredende pachter.

Vruchtopvolging en hoervruchten

Hoervruchten, in andere streken verandzaden genoemd, betekent vruchten zaaien buiten de gevestigde vruchtwisseling.Soms wordt hoervruchten verboden, maar gewoonlijk wordt dit slechts verboden in de laatste jaren van de pachttermijn. Ofwel wordt de maximale oppervlakte die men mag verandzaden vastgesteld.

Pachtprijs

Voor het bouwland, de eigenlijke hoeve, wordt dikwijls in graan betaald, vooral rogge. Soms wordt de totale hoeveelheid graan gestipuleerd, soms wordt de pachtprijs per bunder vastgesteld. Deze schommelt an rond de twee mudde per bunder. Volgens Janssen werd deze berekend voor minstens alle bezaaide bunders, dus van zomeraard en winteraard tegelijk.

Naast rogge werd ook tarwe als pachtsom bedongen. Als zomergranen vermeldt men haver, gerst, vitsen (d.i. wikken), erwten en bonen.

De helftwinning wordt in het Leuvense nog in veel gevallen toegepast. Ook voor het fruit dat in de boomgaarden op de boerenerven groeit, wordt een soort helftwinning toegepast, bv.de verpachter krijgt 1/3 van het fruit, de pachter 2/3.

Onderhoud

De omheiningen moeten onderhouden worden. De pachter mag verdroogde bomen kappen, mits hij 2 poten in de plaats daarvan zet. Ook de gebouwen dienen in goede staat gehouden te worden, vanaf de onderste riggel of horizontale dwarsbalk, de lemen wanden moeten gepleckt worden en jaarlijks moet een bepaald aantal mandel walmen (12 à 15 bossen stro) op het dak gedekt worden. de verpachter betaalt het loon van de dekker en de spijkers en de pinnen, de pachter zorgt voor het eten. 

Reserve van de verpachter

Meestal behoudt de grondheer het recht om enkele dagen op het pachthof te verblijven. Soms reserveert hij zich een poort of een kamer.

Karweien

Meestel gaat het om transportkarweien, bv. het innen of vervoeren van een tiende of helftwinning, het vervoeren van hout of mest, of het rijden van de verpachter van de stad naar zijn hoeve. Men dient deze verplichtingen niet als een overblijfsel van de horigheid te beschouwen, maar het patriarchaal karakter van de pachtverhoudingen blijkt uit de gewoonte om de pachter een tabbaard te geven.

Bemesting

Veel nadruk in de pachtcontracten wordt op het mesten gelegd. In de lating wordt bepaald in welke staat van bemesting de landen moeten worden achtergelaten. Aan de pachter wordt voorgeschreven wat hij gedurende zijn pachttermijn met de mest moet doen, bv. extra bemesten wanneer hij hoervrucht, of jaarlijks tweemaal de mest op het land storten. Belangrijk is het verbod om stro of mest weg te voeren van de hoeve of die te verkopen. Ook het stro dient door de pachter zijn beesten tot mest vermaakt te worden.

 

Bron

H.P.H. JANSEN, Landbouwpacht in Brabant in de veertiende en vijftiende eeuw, Assen, 1955, p. 89-102.

16:30 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

heel goede artikels.
proficiat

Gepost door: willy everaerts | 22-03-15

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.