20-02-14

Landbouwpacht in het Kwartier Leuven in de 15de eeuw

H.P.H. Jansen bestudeerde, naast de pachtcontracten uit de late middeleeuwen in de Meierij van Den Bosch, ook de tijdpacht in het Kwartier Leuven. Hier geef ik een korte samenvatting daarvan.

Pachttermijn

Meestal 3 jaar of een veelvoud daarvan.

Ingangsdatum

De gebruikelijkste datum waarop de pachten ingaan is half maart, die een goede caesuur vormt in het agrarisch jaar: het begin van de landbewerkingen na de periode van vorst en sneeuw in de winter. Het wintergraan begint op te komen, het zomergraan is juist gezaaid, de braak heeft ploegvoren ontvangen. De verdere agrarische bewerkingen komen op rekening van de intredende pachter.

Vruchtopvolging en hoervruchten

Hoervruchten, in andere streken verandzaden genoemd, betekent vruchten zaaien buiten de gevestigde vruchtwisseling.Soms wordt hoervruchten verboden, maar gewoonlijk wordt dit slechts verboden in de laatste jaren van de pachttermijn. Ofwel wordt de maximale oppervlakte die men mag verandzaden vastgesteld.

Pachtprijs

Voor het bouwland, de eigenlijke hoeve, wordt dikwijls in graan betaald, vooral rogge. Soms wordt de totale hoeveelheid graan gestipuleerd, soms wordt de pachtprijs per bunder vastgesteld. Deze schommelt an rond de twee mudde per bunder. Volgens Janssen werd deze berekend voor minstens alle bezaaide bunders, dus van zomeraard en winteraard tegelijk.

Naast rogge werd ook tarwe als pachtsom bedongen. Als zomergranen vermeldt men haver, gerst, vitsen (d.i. wikken), erwten en bonen.

De helftwinning wordt in het Leuvense nog in veel gevallen toegepast. Ook voor het fruit dat in de boomgaarden op de boerenerven groeit, wordt een soort helftwinning toegepast, bv.de verpachter krijgt 1/3 van het fruit, de pachter 2/3.

Onderhoud

De omheiningen moeten onderhouden worden. De pachter mag verdroogde bomen kappen, mits hij 2 poten in de plaats daarvan zet. Ook de gebouwen dienen in goede staat gehouden te worden, vanaf de onderste riggel of horizontale dwarsbalk, de lemen wanden moeten gepleckt worden en jaarlijks moet een bepaald aantal mandel walmen (12 à 15 bossen stro) op het dak gedekt worden. de verpachter betaalt het loon van de dekker en de spijkers en de pinnen, de pachter zorgt voor het eten. 

Reserve van de verpachter

Meestal behoudt de grondheer het recht om enkele dagen op het pachthof te verblijven. Soms reserveert hij zich een poort of een kamer.

Karweien

Meestel gaat het om transportkarweien, bv. het innen of vervoeren van een tiende of helftwinning, het vervoeren van hout of mest, of het rijden van de verpachter van de stad naar zijn hoeve. Men dient deze verplichtingen niet als een overblijfsel van de horigheid te beschouwen, maar het patriarchaal karakter van de pachtverhoudingen blijkt uit de gewoonte om de pachter een tabbaard te geven.

Bemesting

Veel nadruk in de pachtcontracten wordt op het mesten gelegd. In de lating wordt bepaald in welke staat van bemesting de landen moeten worden achtergelaten. Aan de pachter wordt voorgeschreven wat hij gedurende zijn pachttermijn met de mest moet doen, bv. extra bemesten wanneer hij hoervrucht, of jaarlijks tweemaal de mest op het land storten. Belangrijk is het verbod om stro of mest weg te voeren van de hoeve of die te verkopen. Ook het stro dient door de pachter zijn beesten tot mest vermaakt te worden.

 

Bron

H.P.H. JANSEN, Landbouwpacht in Brabant in de veertiende en vijftiende eeuw, Assen, 1955, p. 89-102.

16:30 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-02-14

Pachtvoorwaarden: ingang, duur en pachtprijs (15de eeuw)

Ingang

In het algemeen waren de meest voorkomende ingangsdata half maart, St.-Jansmis, half mei, het heden en Kerstmis. Half maart is het meest voorkomende tijdstip waarop een nieuwe pachttermijn van hoeven begint ( 64% van de gevallen).

Duur

De meest voorkomende pachttermijn in het Kwartier Leuven tijdens de jaren 1450-1462 was 12 jaar. Dit was zeker zo voor de pacht van hoeven (38,5%), gevolgd door 9 jaar (24,5%). Beemden en euselen worden dan weer voor een kortere termijn verpacht, voornamelijk voor 6 jaar

Pachtprijs

In elk pachtcontract wordt een bepaalde pachtprijs opgegeven, maar slechts voor een beperkt aantal kan men de prijs per bunder berekenen. De pachtprijs voor hoeven en afzonderlijke stukken land was meestal in natura uitgedrukt, nL de levering van een bepaalde hoeveelheid graan (vooral rogge). Weiden daarentegen werden meestal in speciën betaald. Van Froyenhoven kon slechts voor 20 hoeven een gemiddelde pachtprijs per bunder berekenen. Deze schommelde tussen de 1 en 2 mudde rogge per bunder, waarbij 1 mudde gelijk is aan 234 liter Leuvense maat. (wat zegt M. Limberger hierover?)

Bijkomende voorwaarden 

Hier bestaat een grote variëteit, maar sommige voorwaarden komen bijna in alle contracten voor, zoals de verplichting om de daken te dekken. De pachter leverde een bepaalde hoeveelheid walmen stro, gaf de dekkers hun mondkost, terwijl de verpachter hun daghuren betaalde. 

 

Bron: 

E. VANFROYENHOVE, De pachtcontracten in de Leuvense schepenregisters 1450-1462, onuitg. lic. verh., KULeuven, 1995. 

13:21 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Abdijen, belangrijkste verpachters in de 15de eeuw (Kwartier Leuven)

Erik VAN FROYENHOVEN onderzocht in zijn licentiaatsverhandeling welke de belangrijkste verpachters waren in de jaren 1450-1462 in de schepengriffies van Leuven. We beperken ons hier tot de abdijen en kloosters. Het gaat om verpachtingen van alle goederen, dus niet alleen volledige pachthohoven, maar ook stukken land, eussels, beemden, tienden en molens.

De abdij van Park (47 contracten)

De abdij van Heylissem (23 contracten)

De priorij van Groenendaal (21 contracten)

De abdij van Vlierbeek (20 contracten)

Het klooster van Gemp (20 contracten)

De abdij van St.-Geertrui (16 contracten)

Het klooster van Maagdendaal bij Oplinter (15 contracten)

De abdij van Averbode (13 contracten)

De abdij van Tongerlo (11 contracten)

De abdij van 'S Hertogendale te Hamme-Mille (8 contracten)

De abdij van Villers-la-Ville (9 contracten)

Het klooster van Bethlehem te Oostrem bij Herent (6 contracten)

De kapel an de 12 apostelen te Leuven (5 contracten)

Het klooster van 's Hertogendale te Oudergem (5 contracten)

De abdij van Vrouwenpark in Rotselaar (4 contracten)

(nog 12 instellingen met minder dan 4 contracten)

De abdij van Park had volgens de onderzochte Leuvense schepengriffies 8 grote pachthoven, o.a. het Hof van Rode te Zoutleeuw. De abdij van Heilissem had er 10, o. a. het Hof Ter hagen in Budingen en het Hof van Cortbeke te Korbeek-Lo; de abdij van Vlierbeek 5 pachthoven; de abdij van St.-Geertrui had een hoeve te Lubbeek. De abdij van Vrouwenpark in Rotselaar had het hof Ten Eycke te Veltem.

Bron:

E. VANFROYENHOVE, De pachtcontracten in de Leuvense schepenregisters 1450-1462, ontuitg. lic. verh., KULeuven, 1995. 

12:56 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Boudenshof te Wommersom: pachtcontract uit 1444

Transcriptie van een pachtbrief van het Boudenshof te Wommersom uit 1444, uit het archief van de abdij van Vrouwenperk (RAL,KA, nr. 9550), gedeeltelijk getranscribeerd door J. Cools in Eigen Schoon en de Brabander, 1953.

Item jan de goetmak(er) de jonge ..in jegewordigheit  der scepen(en) van loeven(en) heeft genome(n)  ende bekent dat hij genomen heeft van vrouwen kathelijne(n) van marbeke abdisse scloester van p(er)ke ende co(n)vent des selfs cloest(er)s hue(ren) hoff geheten boudens hoff..gelegen inde p(ro)chie van wolm(er)shem met den huysen hove(n) wynne(nde lande beemde(n) ende euselen dair toe hoe(re)nde gelijc jan de gortmans dat te houde(n) plach te houde(n) te hebben ende te wynne(n) van halfm(er)te naestcomen(de)
ene(n) t(er)lijn van viii jairen lanc dien na dand(er) sonder middel volghende elcx jairs dae(re)n bynne(n) om lxxv mudden harde corens goet ende payabel d(er) maten van thiene(n) acht halst(er) voe(r) elc mudde gerekent met wanne ende met vleugelen wael  bereidt des alse beste coren dat de voirs wynne inde schuere vuere(n) sal  naest zijne(n) zade
ende om xxix mudde ghersten goed en(de) custbair met wanne ende vleugelen wel berendt der mate(n) voir(gescreven) gerekent altoes viii hast(er) voe(r) elc mudde ende om iii mudden raepsaets goet ende payabel ende  twee mudden witt(er) erweten  oic altoes acht halst(er) voe(r) een mudde gerekent
te gelden en(de) te betalen alle jaer den vorss t(er)mijn due(re)nde te sinte andries misse apostels ende bynne(n) den cloeste(r) van vrouwenperke te leve(re)n op cost des vors jann telken t(er)mijn als v(er)volchde scout
voirt sal de wynne jairlicx geve(n) ende betaele(n) den vors cloest(er) 100 pont payements ende noch thien pont vande(n) boschellen alsulken ponde als gemeynlijc in borssen gaensolen Ende hij sal oic ghevene(n) ende betaelen alle jaire te kersmisse den vors t(er)mijn due(re)nde inde vrouwen der abdisse xiiii oude scilt met den vier leeuwe
voe(r) xx vette verken(en) te weten ..xii verken(en) dair af xi mottoen(en) ende voe(r) dande(re) acht verke(en) XXXVI mottoen(en) alsulke mottoen(en) alsmen van verken(en) van hande te hande jairlix betalen sal
Item sal hij aende vrouwe(n) en(de) hue(re)n vors. co(n)vente alle jaire te beloken paesschen vier calve(re)n goed ende custbair
Item sal de voirs wynne leve(re)n en(de) sculdich zijn te leve(re)n elx jairs den vors t(er)mijn due(re)nde IIII [C] perskeseen ende twe perskese goet ende custbair den kellerssen van vrouwen p(er)ke en(de ) vu(er) vrouwe(n) der abdissen voirs(creven) ? p(er)skese en(de) aen vrouwe(n) d(er) abdissen twe salanen? Elke tsiairs twe p(er)skese ende den pryoidinen vier ende der oud(er) pryorinde(n) drie der borsschuere drie en(de) den twe core(n) vrouwe(n) elken twe
Ende wart dat sake dat e(n)nige jouffr(ouwen) vande(n) voirs cloeste(r) op tvoirs hoff te boydens quame(n) van imtanc? Meyr? Tot alreheylige(n) misse die van dese(n) voirg(escreven) ambachte met en wae(re)n dien soude de voirs wynne (...) ende dese kese goet en(de) custbair indermate(n) van VI gelten goeds melx
Item sal oic de voirs wynne den voirs kellersen leve(re)n alle jaire den voirs t(er)mijn due(re)nde te palmdage X[C] eye(re)n ende de selve kellerse sal hebben half doest dat bynne(n) den voirs(creven) hove wassen sal
Item sal oic de selve wynne jairlix geve(n) en(de ) leve(re)n aende vrouwe(n) der abdissen voirs tweehondert eye(re)n enen hamel en(de) een lam te paeschen goet ende custbair elx jairs den voirs t(er)mijn due(re)nde
Item heeft voirt geloeft de selve wynne den ..wel ontfangen van eten ende van drincken..enen pot goede wijns
item heeft de abdisse gelevert C LXXV oude scapen dair voe(r) sal [de win jaarlijks geven tien cronen] d(er) mu(n)ten sconinx van vrancr(ijck) tsinte kathlijne dagh te betalen(en) ..en(de) voer de twelf runde(re)n die hij wynnere)n soude XL pont pay(ement)..te half aprille...voor de xii verkens XX pond payement
Item sal de wynne den pacht te leuwe te worme te scuppenstode te thiene(n) en(de) de pacht vanden thiende(n)  van wolm(er)shem en(de) van hakendovel en(de) alle(n) den pacht die te boyens hove toebehoirt en(de) d(er) ande(re)n pacht die de jouff(rouwe) van vrouwen p(er)ke dair hebben oft vragen moegen aldair omtrent bynne(n) d(er) selven cloeste(r) ende vue(re)n op sine(n cost alle jaire den vorsc(reven) t(er)mijn due(re)nde ende ale de keere des eens dachs  dair omme compt dat dan den wagen des anderen dachs bereet sijn sal dien pacht  te bringen gelijc dat voors(creven) es ende soe wair de vors(creven) wynne dit aldus niet en dade Datme(n) dan ande(er) wagen(en) op hem huren soude dat vors(creven) coren ende pacht te vue(re)n op zijnen cost
Item wair dat sake dat orloege wae(re) bynne(n) desen voirs(creven) t(er)mijne oft datmen orloeghs vreesde soes al de voirs wynne alle(n) den voirs pacht ende coren op sijn(en) cost vueren  te loven(en) oft te thiene(n) dairs de voirs abdisse...te vinden zijn moegt
Ende alsoe vollijc alst coren inde schure es soes al de voirsc wynne stephanus doen derschen ende dat coren leve(re)n te vrouwenperk ende wart dat hijs niet en dade ende hijs v(er)socht wa(re) van tcloesters wegen voirsc datme(n) dan derschers dair toe hue(re)n soude op sijnen cost
Item wert voirt ond(er)sproken wairt dat sake dat den selve(n) cloeste(r) van vrouwen p(er)ke inden voirsc hove te boydens enige scade geschiede van den voirsc wynne(n) vuere oft dat aldair e(n)nige ongeval oft scade quame bij sijne(n) …
Item soes al de vorsc wynne doen ende sculdich zijn te doen(e) den vorsc t(er)mijn duerende alle de corweyen en(de) dienste die tvoirsc  hof  den he(re) sculdich es het zij van wagen van gasten van rudd(er)en van knapen van she(re)n honden en(de) van she(re)n gasten en(de) sal oic tselve hoff houden van allen...
Ite(m) es voirt besproken dat de selve wynne alle de huysinge vande(n) voirs hoven den selve(n) t(er)mijn due(re)nde houden sal en(de) loflic van wande en(de) van mure(n) en(de) oic van dak en(de) de beemde tot den voirs hove hor(n)de sal hij oic houde(n) wel en(de) loflijc van grachte(n) en(de) van thuynen
En(de) oic alsoe late(n) te sine(n) utganc des voirs t(er)mijns oic en sal hij geen boeme niet meer moege(n) truncken dan hij behoeve(n) sal de voirs goede mede te veurelen?
En(de) wairt dat dair e(n)nich boem verdroechde
ende soude de vors wynne hebbe(n) en(de) moegen uutdoen en(de) voe(r) elken ve(r)droeghden boem sal hij weder twe levende poten sculdich zijn te setten uutgestenden dat de voirsc wynne gheen oeftboeme houwen noch uutworpen noch hebben en sal
Item wart dat sake dat bynne(n) de voirs hove van e(n)nigen groene(n) of groet(en)...
Item hij sal oic op tgoet te boydens sjairs hondert levende poten sette(n) en(de) en(de) geen stroe noch stoppelen en sal moege(n) vueren dan int voirsc hoff en(de) aldair te mest bek(er)en des lands shoefs van boydens voirsc
Item sal de voirsc wy(n)ne elx jairs den voirs t(er)mijn due(re)nde den  meye(r) ende scepen(en) van wolm(er)she(m) gheven drie...(…)
Item es te wete(n) dat de voirs abdisse en hoire co(n)vent  den voirs wynne gelev(er)t hebben die goede ende have die hij nae bescreven es
Inden iersten vi p(er)de ten groete(n) wagen(en) getaxeert op liiii rinsche gulden(en) Item noch iiii p(er)de getaxeert op xviii rinsch guld(en) Item twee wagen(en) op xiiii rinsch gulden met hue(re)n getouwe Item pluege en(de) eeghden op viii rinsche gulden Item vii coeyen twee versen van twe jae(re)n ene(n) verre en(de) twe jairlinghe getaeert op xl rinsche gul(den) Item xxxiiii verken(en) en(de) ix cuddenen geprijst op xxix rinschgulden...
dese voirs beesten wagen ende pluege en(de) ande(re) getouwe sal de voirs wynne ten uutganc sijns t(er)mijns doen taxe(re)n en(de) prien met goede(n) bestendene knapen die dair af wynners noch...
Item noch xiiii sacke ende ½? pont kampe een molevat kampssaet twee yse(re)n eeghde wissen vijff gerekent ende een niwe lyne iii pair ploechsterte
xiiii bedden gescat op xiii mottoen(en) en(de) i vurde xiii pair slapelaken op c lb en(de) xx schellingen...gescadt en(de) iiii sargen op xxi pont en(de) xiiii mudde gersten xi mudde even(en) en(de) xi mudde orsscorens en(de) iii halstr(re)n raipsaets thiensche mate(n) viii halster voe(r) elc mudde gerekent Item xl hoende(re)n en(de) vi  emden twe weenderen
Item inde koeken(en) ene(n) groete(n) ketel iii cleyn ketele(n) twee  yse(re)n panne(n) een eren panne en(de) twee ere(n) potte elc van vi gelten iii groete eeren potten. Int forneis noch ene(n) groete(n) ere(n)pot inde werden van drie mott(oenen) een waschthyne een cleyn thijne een halst(er) ende een spindeken ene(n) roest een tange ene(n) hael een schrijne
inde koeken(en) iii lant(er)ne 
Item int keeschuys v perssen iii thijne(n) een stande v groete hulten melc teylen twee emme(re)n met ijseren gebonde, i groete(n) blauwen stene dair me(n) de kese op maect, v vijselen i te(re) ...twee eme(re)n met yse(re)n gebonde vi rieke twe hoygaffelen en(de) mesthaec twee scuppen  een ruseke een acx een strunc bijl twee gaff een a(m)melaken iii dwelen eene(n) doec opden desch ene(n)groete(n) groene(n) kese ende ene(n) cleyne(n) 1 vat harinx iii [c] xiiii ? ii ½ harinc vat souts twee vuer kegelen met eyse(re)n gebonden elc van vi grten? twee scrijne(n) met spinde een karwat een lavoir
inde smisse v hoeps coelen ende slijpsteen ene(n) haeck ene(n) haembult? ene(n) voir hav(er)? een  recht  tange twee blaesbalgh
item inden schue(re)n wynt(er) coren mett(er) aren vijf woethage? Inden gersten tas en(en)
Int cafhuys een voeli?hoys inde smisse en(en) p(ar)tie walmen vijf steen kerssen
(...)

 

11:28 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-14

Kaas uit het Hageland

Bij het bekijken van enkele pachtcontracten van de abdij van Vrouwenpark viel het me op dat er veel gegevens over kaas te vinden zijn. Naast de gewone levering van rogge en gerst, behoorde ook de levering van relatief veel kaas tot de pachtsom. Zo diende in 1462 de pachter van de abdijhoeve te Wezemaal te leveren '300 hantkesen.en 40 perskesen, alsook aan de kelderij van het godshuis '400 perskese ende 60 platte kesen'. Ook het pachtcontract uit 1444 voor het Boudenshof te Wommersom stipuleerde de levering van 300 geperste kazen. 

Volgens Lindemans waren er twee soorten kazen: 1) de geperste kazen, kazen met een vaste substantie en 2) de weke kazen. De belangrijkse en meest verhandelde kaas was de Vlaamse kaas. Het was een grote, witte kaas. De goed begraasde valleien tussen Tienen en Sint-Truiden schijnen in de late middeleeuwen een belangrijk centrum voor de produktie van geperste kaas te zijn geweest,  de Thiensche caes. Een pachtcontract te Ekeren vermeldt de levering van Tiense kazen (M. Limberger).

In de pachtbrieven van de abdij van Vrouwenpark uit de 15de eeuw vinden we dat elke kaas gemaakt moest zijn uit zes gelten melk. Een gelt is ca. 2.6 liter. Soms heetten ze Lintersche keesen (van Op- en Neerlinter) en Bautersche keesen (van Bautersem). (Hoewel, in een boek over de hertogin van Gelderland wordt lynthersche caes als lentekaas vermeld?).

De meest verspreide kaas was echter de weke kaas. In Oost-Brabant vinden wij hantkesen, proesse keesen en platte kesen. De handkaas wordt volgens Lindemans zo genoemd, omdat zij met de hand tot ballen werden gerold. In de streek van Tienen en Haspengouw vinden wij proesse keesen. Zo leverde het Hof ter Hagen te Budingen bij zijn pacht aan de abdij van Heilissem '200 proesse keesen' (pachtbrief van 1574). De proeskazen waren weke roomkazen, identiek aan vierkante kazen. De platte kaas was verse, ongerijpte kaas.

De inventaris van het geleend huisgerei van het hof Boydens te Wommersom, in 1444, vermeldt 'int keeshuys 5 perssteenen, 3 thijnen, een stande, 5 groete hulten melc teylen, twee emmeren met ijseren gebonde, 1 groote blauwen stene daer men de kesen op maect, 5 vijselen'.

In de rekeningen van de abdij van Vorst uit 1540 vinden wij:
14 wagen vlaems caesse (Vlaamse kaas)
2 wagen gruenen case (groene kaas)
81 cloten (klootkaas)
123 pont soe ingelscaes(Engelse kaas), haerlancaes (Haarlemse kaas) ende cordewaensche caes (kaas van Cordoba)
34 ponden scapecaes (schapenkaas)

in 1547 betaalde de pachter van de Kleine Schranshoeve in Bonheiden o.a. met 25 goede saenkeesen of cloetkeesen. Dit was weke kaas, bolvormig en niet groot.

In de 17de eeuw werd meer en meer de pacht in geld betaald en kwam er een einde aan het gedeeltelijk betalen van de pacht met kaas (zie thesis pachthoven van Tongerlo)

Bronnen

P. LINDEMANS, Geschiedenis van de landbouw in België, Antwerpen, 1952, dl. 2, p. 367-376.
Kazen en boter in de 16e eeuw, in: ESB, 1936, p. 335-336.
RAL, KA, 9550 (Archief Vrouwenpark)
J. COOLS, Bijdrage tot de geschiedenis der abdij van Vrouwenpark onder Rotselaar, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1952, p. 289-298, en 1953, p. 186-199.
E. RAES, Agrarisch verleden van Bonheiden

16:37 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-02-14

Oost-Brabantse pachtcontracten in de late middeleeuwen: literatuur

H.P.H.JANSEN, Landbouwpacht in Brabant in de veertiende en vijftiende eeuw, Assen, 1955.

J. COOLS, Bijdrage tot de geschiedenis der abdij van Vrouwenpark onder Rotselaar, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1952, p. 289-298, en 1953, p. 186-199.

L. VANHOVE, Opvelp. De agrarische struktuur van een dorp en heerlijkheid toegelicht aan de hand van een pachtcontract uit 1496, in: Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis, nr. 77, Leuven, 1983.

M. LIMBERGER, Sixteenth-century Antwerp and its Rural Surroundings, Turnhout, 2008 (Studies in European Urban History, nr. 14) (vooral Ch.5.4 'An analysis of Lease Contracts from the Antwerp Area', p. 91 e.v.)

F. DAELEMANS, Peiling naar de evolutie van de landbouw te Grimbergen aan de hand van enkele pachtcontracten (13e-18e eeuw), in: Eigen Schoon en de Brabander, 1971, p. 409-427.

E. POULLET, Les juridictions et la propriété foncières au XVe siècle dans le quartier de Louvain, in: Mémoires couronnés...Ac. roy. de Belgique, t. XVIII, 1866.

M.J. TITS-DIEAUAIDE, Peasant Dues in Brabant.The Example of the Meldert Farm near Tirlemont, 1380-1797, in: H. VAN DER WEE en E. VAN CAUWENBERGHE (eds.), Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis, nr. 55, Leuven, 1978.

S. VAN LANI, De abdij van 't Park. Pachthoven en landbouwdomein, 1999.

Licentiaatsverhandelingen

L VOET, De abdij Vrouwenpark 1334-1415, onuitg. lic. verh. gesch., KULeuven, 1969.

E. VANFROYENHOVE, De pachtcontracten in de Leuvense schepenregisters 1450-1462, ontuitg. lic. verh., KULeuven, 1995. 

16:24 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |