01-04-14

Narratieven over aardappelen rond 1750

Boerenverzet tegen de patattentienden

Dilbeek

De kanunniken van Anderlecht wilden de patattentienden te Dilbeek opeisen, en, nadat ze van de Raad van Brabant een voorlopig vonnis in hun voordeel hadden bekomen (1754), waren de inwoners van Dilbeek daar zo woedend over, dat ze de tiendepachter mishandelden. Andere tiendenstekers die daardoor bang geworden waren, gaven er de brui aan, en er was een nieuw vonnis van de Raad van Brabant nodig, dat deze onregelmatigheden veroordeelde en bescherming beloofde aan het kapittel en haar ondergeschikten (21 oktober 1756) (uit: Wauters, Environs de Bruxelles).

Hoogstraten

In september 1760 schrijft de koordeken van Hoogstraten aan het O.-L.-V.-kapittel van Antwerpen, de tiendheffer dat de aardappelcollecteur onder Hoogstraten geslagen werd. Enige weken later voegt hij daaraan toe dat hij voor zijn deur "eenighe schelle van aardappelen" vond. Een andere keer vond hij zoveel aardappelen voor zijn deur als men in "eenen hoed soude conne laden". De man die de aardappelen zou ophalen, zegt dat hij het niet meer wil doen, omdat hij te zeer bedreigd werd. (uit: Lauwerys, in HOK)

Merksem

In Merksem, zo beweert het O.-L.-Vrouwkapittel van Antwerpen in 1765, zijn er verschillende eigenaars die kleine stukken grond (tussen 5 en 30 roeden) verhuren aan het 'grauw gepeupel" en arme mensen uit Antwerpen. Als, nog steeds volgens de domheren, dit 'arm gepuffel' hun aardappelen komen rooien, zijn zij gewapend met vorken, rieken en schoppen en intimideren ze de tiendheffers, ook al is het kapittel door de Raad van Brabant in haar recht op de aardappeltiende bevestigd geweest (uit: Stockmans, Deurne en Borgerhout)

Berg (bij Kampenhout)

In 1764 ging een vertegenwoordiger van de abdij van Geraardsbergen de situatie van de aardappelen te Berg onderzoeken. Hij schrijft dat de patatten goed voedsel voor de beesten zijn, vooral in de winter. Sinds enige tijd worden de aardappelen in het volle veld geplant, soms in halve dagwanden, halve bunders of nog meer. Eveneens, zo schrijft hij, verhuren sommige inwoners van Berg land aan particulieren om voor een seizoen patatten te planten. De aardappelen worden door de boeren van Berg op de markt van Mechelen gebracht en verkocht.

De uitspraak van de Raad van Brabant, geveld op 2 maart 1765, viel dan ook in het nadeel van de Bergenaars uit: de eigenaars die patatten op het veld staan hebben, moeten die behoorlijk uitdoen en ze op hoopjes leggen, zonder ze te verplaatsen. Op de tiendehoop moeten ze bovendien een behoorlijk teken plaatsen, teneinde het de tiendheffer mogelijk te maken hen te lichten (uit: Geschiedenis van Berg).

Hemiksem

Pastoor Mortelmans van Hemiksem schrijft in 1770 dat de aardappeltienden hier niet opgeëist worden omdat de Sint-Bernaardsabdij daarover een zwaar proces in de Raad van Brabant gevoerd heeft tegen de gemeente Puurs, hetgeen de abdij verloren heeft. Ook omdat hij voor een pastoor niet raadzaam vindt om zich in zo 'n delicate zaak de woede van de inwoners op de hals te halen. Het gevolg daarvan, zo zegt Mortelmans, heeft men gezien in Hoboken, waar de pastoor voordien zeer geliefd was en nu talloze injurien heeft geleden. De lichting van de aardappeltienden gaat met zoveel moeilijkheden gepaard, dat de pastoor van Hoboken eraan denkt die niet meer te eisen. Gelijkaardige moeilijkheden heeft het kapittel van Antwerpen in Merksem en het kapittel van Sint-Baafs van Gent in Wilrijk, zo besluit de pastoor van Hemiksem (uit: Stockmans, Deurne en Borgerhout)

Wezemaal

De abdij van Averbode liet op 2 oktober 1763 's morgens voor de vroegmis een advertentie op de kerkdeur van Wezemaal plakken waarin stond dat zij die binnen de parochie van Wezemaal aardappelen te velde gewonnen hadden, deze na het rooien in elf hoopjes dienden te plaatsen. Eén ervan werd opgehaald door een gezworene tiendesteker van de abdij. Dit was volgens Averbode conform met het decreet van de Soevereine Raad van Brabant op 2 november 1763.

Een paar jaar voordien waren er in Wezemaal al moeilijkheden gerezen tussen de mannen die in opdracht van de provisor van de abdij van Averbode de tienden kwamen innen, en de drossaard van Wezemaal. Toen op 7 oktober 1761 de afgevaardigde van de abdij samen met twee werklieden in Wezemaal aankwam, werden zij opgewacht door de dienaar van het dorp, samen met vijf anderen, gewapend met fusieken en één met een riek. Toen de mannen van de abdij geen identificatiebewijs konden voorleggen, werden ze als vagebonden opgepakt en naar de drossaard geleid. Na gevraagd te hebben of zij zakpistolen of messen bijhadden, zei hij tegen de mannen van de abdij dat zij een bewijs nodig hadden om de patattentienden te komen lichten, want ook vreemden zouden op die manier op de tienden kunnen afkomen. (A. WILLEMS, Ruzie over de patattentienden in Wezemaal rond 1760, in: Oost-Brabant, 1978, p. 93-95)

Meerle

Toen men in 1750 aardappelen begon te planten, voelden de tiendheffers zich in hun belangen bedreigd. Door de aardappel zou er minder graan verbouwd worden. Bijgevolg eisten ze dat er tienden op de aardappelen zouden geheven worden, maar de boeren weigerden dit. Een patattenoorlog brak los, zodanig zelfs dat het tot handgemeen kwam. De zaak werd voor de Soevereine Raad van Brabant gebracht. De tiendheffers kregen gelijk, en zoals het meestal gebeurde, waren het de boeren en de werkmensen die het betaalden. (uit: J.E. JANSEN en L. VAN NUETEN, Meerle door de eeuwen heen VI Landbouw, in: Taxandria, 1923/1, p. 7).

Ekeren

De tiendheffers van Ekeren en Hoeven trokken naar de Raad van Brabant, om daar hun recht op het heffen van de aardappeltienden af te dwingen. Het hoogste rechtscollege stelde hen bij vonnis van 7 januari 1762 in het gelijk. De rechters steunden hun oordeel op de overweging dat de boeren in Ekeren en Hoevene sinds enige jaren aardappelen hadden geplant buiten de gewone hoven of moestuinen, en dit in grote hoeveelheden en bundersgewijs. Sedertdien worden aardappelen geconsumeerd in plaats van brood, zowel door buitenlieden als door kleine ingezetenen van de stad Antwerpen. Bovendien, zo stellen de rechters, hadden ze hun beesten met patatten gevoederd in plaats van met graan. Om die redenen zou het onbillijk zijn om op de aardappelen geen tienden te heffen zonder groote en swaere injurie ende ondanckbaerheyt vanwege de twee gemeenten, aldus het vonnis. (Goetschalckx, Ekeren)

11:15 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.