13-09-14

De vrieswinter van 1740

Op 10, 11 en 12 januari van het jaar 1740 was de koude hier zo hevig, dat de mensen nooit iets dergelijks hadden meegemaakt. Veel mensen en beesten bevroren, want op de derde dag gingen de mensen in Temse over de Schelde, die van dan af dicht lag tot half maart. Noteer dat door deze verschrikkelijke vorst de tarwe, de gerst en klaveren en het rapenkruid bevroren waren, maar zij die hun tarwe in de maand maart opnieuw bezaaiden met wintergerst of zomertarwe, hadden nooit een rijkere oogst; zij die hun wintergerst in maart opnieuw met wintergerst, of later met zomergerst bezaaiden, hadden graan in overvloed; zij die hun klaveren omploegden en daar rogge of gerst op zaaiden, deden het goed; zij die alsnog in maart raapzaad zaaiden, wonnen er nog zaad bij.

Op 2 mei van hetzelfde jaar viel er zoveel sneeuw, dat het hier in de omtrek een voet dik lag. Nadien volgde een grote koude vochtigheid, zodat veel beesten van armoede doodgingen, want men was genoodzaakt het oud stro uit elkaar te snijden om het aan de beesten te geven. Het roggebrood werd aan negen à tien oorden het stuk verkocht, waardoor de boter steeg tot 6 à 8 stuivers het pond, hetgeen tot twee jaar nadien bleef gelden (...).

(hertaald uit 'Uit het Notieboek voor mij Joannes Vevrangen woonachtigh tot Puers op de Seurthoeve anno 1734', in: Eigen Schoon en de  Brabander, 1913, p. 58.)

08:24 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.