13-09-14

Kinderherinneringen van 18de-eeuwse bejaarde boeren

"Zij kan zich zeer goed herinneren dat, toen ze een kind van acht à negen jaar was, de soldaten enige van haar ouders patatten of aardappelen hadden gestolen, en dat ze daarom geschreeuwd of gekrijst had. Dat ze van dan af in het veld spelende, gezien heeft dat pachter Engel van Obbergen, in de wandeling genaamd pachter Engelen, op zijn veld wel een dagwand aardappelen of patatten had geplant." (Barbara Van Holsbeek, 78 jaar, Evere, 1778)

"Dat hij in de jaren 1695 in zijn moeders hof een hoed patatten heeft geplant, die door de soldaten voor het grootste deel gefoerageert en gestolen werden. Dat hij dan het restant dat de soldaten in de grond hadden gelaten, uitgedaan heeft en ze het volgende jaar weer in de hof in drie bedden heeft geplant. Dat hij ze drie of vier jaar daarna in het veld heeft geplant, op een partij land die gemeenlijk de Crapstraat wordt genoemd, op een oppervlakte van ongeveer 30 roeden." (Gillis Heyvaert, 81 jaar, Buggenhout, 1762) 

10:40 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De opkomst van de aardappel in Brabant

Getuigenis van de bejaarde Melchior Sibels op 14 augustus 1777 voor de heren commissarissen van de Soevereine Raad van Brabant:

De getuige, die geboren en opgegroeid is in Schaarbeek en er altijd gewoond heeft, herinnert zich nog zeer goed dat, toen hij acht à negen jaar oud was, zijn vader een kleine partij patatten of aardappelen van zijn buren had gekocht. Zijn vader had die op kleine verloren hoeken van zijn hof geplant. De patatten die daar uit voortkwamen werden uitsluitend voor het onderhoud van zijn huishouden gebruikt. Toen waren er veel mensen die geen patatten wilden eten. Een zekere Peeter De Nie van Schaarbeek begon, nu 50 jaar geleden, de eerste patatten in Schaarbeek op het volle veld te planten op een vierendeel. Voornoemde De Nie zag dat de patatten gevraagd begonnen te worden, en begon geleidelijk meer en meer patatten te planten. Meerdere personen uit Schaarbeek zagen dat De Nie met het planten van patatten goed boerde en begonnen ook patatten in kleine hoeveelheden te planten. In Evere werden toentertijd geen patatten te velde geplant. Sommige personen uit Evere die zagen hoe groot het voordeel was dat die van Schaarbeek hadden door het planten van patatten, begonnen ook te velde patatten in kleine hoeveelheden te planten. Dit groeide geleidelijk aan, ieder voor zijn huishouden en sommige ook om naar de markt te brengen.

De getuige kan zich nog goed herinneren dat het pas sinds het jaar 1740 was dat men op de velden of labeurlanden patatten begon te planten in grote hoeveelheden, zowel in Evere als in Schaarbeek. Het is hem ook bekend dat sommige particulieren, zowel in Evere als in Schaarbeek aan geringe lieden land begonnen te verhuren ter grootte van halve vierendelen, vierendelen en halve dagwanden, om door hen met patatten beplant te worden. Deze kleine partijen werden verhuurd aan 6 à 7 gulden het vierendeel, en momenteel aan 9 gulden, mits ze door die particulieren bemest en bewerkt worden. Voor het jaar 1740 droegen de inwoners van Schaarbeek en Evere de patatten slechts met manden of korven naar de markt. Sedert 1740 brachten ze die in grotere hoeveelheden met zakken en anderszins naar de markt.

De getuige weet zeer goed, en heeft van veel mensen horen zeggen dat, sinds de patatten in Schaarbeek en Evere en op andere plaatsen in zo grote hoeveelheden geplant worden, veel mensen ze in plaats van brood voor hun nooddruft en kost gebruiken. Vooral in de huishoudens van geringe lieden wordt veel minder brood geconsumeerd. De kleine patatten worden gebruikt om de beesten vet te mesten. Dit alles is er de oorzaak van dat sommige huishoudens momenteel veel minder graan doen malen en verbruiken dan vroeger. De molenaars en bakkers klagen over het verminderen van het malen van graan en het debiet van het brood, sedert de patatten in zulke grote hoeveelheden geplant worden.

(hertaald in de directe rede vanuit 'CNOPS, Aardappelteelt te Evere en omstreken in de achttiende eeuw', in: ESB, 1953, p. 305-306)

09:37 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De vrieswinter van 1740

Op 10, 11 en 12 januari van het jaar 1740 was de koude hier zo hevig, dat de mensen nooit iets dergelijks hadden meegemaakt. Veel mensen en beesten bevroren, want op de derde dag gingen de mensen in Temse over de Schelde, die van dan af dicht lag tot half maart. Noteer dat door deze verschrikkelijke vorst de tarwe, de gerst en klaveren en het rapenkruid bevroren waren, maar zij die hun tarwe in de maand maart opnieuw bezaaiden met wintergerst of zomertarwe, hadden nooit een rijkere oogst; zij die hun wintergerst in maart opnieuw met wintergerst, of later met zomergerst bezaaiden, hadden graan in overvloed; zij die hun klaveren omploegden en daar rogge of gerst op zaaiden, deden het goed; zij die alsnog in maart raapzaad zaaiden, wonnen er nog zaad bij.

Op 2 mei van hetzelfde jaar viel er zoveel sneeuw, dat het hier in de omtrek een voet dik lag. Nadien volgde een grote koude vochtigheid, zodat veel beesten van armoede doodgingen, want men was genoodzaakt het oud stro uit elkaar te snijden om het aan de beesten te geven. Het roggebrood werd aan negen à tien oorden het stuk verkocht, waardoor de boter steeg tot 6 à 8 stuivers het pond, hetgeen tot twee jaar nadien bleef gelden (...).

(hertaald uit 'Uit het Notieboek voor mij Joannes Vevrangen woonachtigh tot Puers op de Seurthoeve anno 1734', in: Eigen Schoon en de  Brabander, 1913, p. 58.)

08:24 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |