05-11-14

Vlaamse miliciens in het Franse leger (1747)

De Oostenrijks Successie-oorlog (1744-1748) was één van die vele dynastieke oorlogen uit de 17de-18de eeuw, waarin onze gewesten betrokken raakten. Tegen eind 1746 hadden de Franse troepen heel het land bezet. Op Kerstdag 1746 beval koning Lodewijk XV de werving van 4.900 jongemannen uit Brabant, Vlaanderen, Henegouwen en Namen om als rekruten zes jaar lang in het Franse leger te dienen. Hier leest u een brief van vier miliciens uit Vossem (bij Tervuren), die verslag doet van hun wedervaren in de bergen van Briaçon, in de streek van de Dauphiné. Ik heb hem hertaald naar modern Nederlands.

"16 augustus 1747

 

Lieve en zeer beminde parochianen,

Jan van Audenaghen, Laureis van den Bosch en Jan van den Dael laten u weten dat wij nog kloek en gezond zijn, ik hoop bij God dat het bij u ook zo is. We laten hierbij weten hoe het met ons gesteld is en waar we zijn.

We zijn op 10 maart uit Brussel vertrokken en op de laatste dag van april in Briançon aangekomen, in de Dauphiné, in een fort waar ons garnizoen zich bevindt. We zijn met ons vieren in één compagnie van Vossem, maar ik moet u laten weten wat voor land dit is.

We hebben zeker 42 mijl tussen het gebergte gemarcheerd. Waar we nu zijn, in Briançon, zijn de bergen onbegrijpelijk hoog. Zelfs als de Sint-Michielstoren tien maal zo hoog was als hij nu is, dan nog zou hij niet zo hoog zijn. Wij werken namelijk op een berg, waar een nieuw fort wordt gebouwd, vlak bij het onze. Het moet wel vier uur geduurd hebben vooraleer wij de top bereikten, waar de sneeuw op sommige plaatsen op de bergen wel 20 voet dik ligt.

Mijn vrienden en ik moeten u laten weten dat er een veldslag heeft plaatsgevonden tussen de Fransen en de koning van Sardinië. De Fransen wilden een fort van Piemont belegeren, niet meer dan drie uur van Briançon, waarheen wij zelf moesten gaan ter ondersteuning. De Fransen waren van plan het fort bij vloed in te nemen met musketvuur, want zij konden wegens de bergen daar geen kanon naartoe brengen. Er waren wel drie kleine kanonnen die aan één stuk vuurden. Om twee uur, toen de benedictie met het Sacrament werd gegeven, stormden de Fransen los. Een vaandeldrager liep met opengevouwen vaandel de wallen op, met twee grenadiers en de andere soldaten al even dapper. Het duurde vier uur tot de Fransen verslagen waren. Het aantal doden wordt op 10.000 geraamd, 400 officieren en alle generaals. Maar god zij dank, wij zijn alle vier heelhuids en gezond. Nochtans zijn er veel Vlamingen die we niet kenden in de slag gebleven.

Hierbij verzoek ik u om ons via een brief te laten weten hoe het in Brabant gaat en hoe het met u gesteld is, lieve vrienden. Wees zo goed aan mijn zuster in Leuven te laten weten dat ik gezond ben, en ik hoop dat het met haar en haar man ook zo is.

We zijn met ons vieren het meest gewaardeerd van alle Vlamingen. Maar, ziet u, Van den Bosch is in Lyon van ons gescheiden. Wij weten niet waar hij is. Hij mocht niet bij ons blijven, want hij was bij een ander bataljon ingelijfd.

Hierbij verblijven wij, uw trouwe dienaars, en een lieve groet aan u en onze vrienden.

Wij liggen in Briançon in de Dauphiné, onder het regiment van Marmande, compagnie Basson.

(ondertekend)"

 

Bron:

P. LEYNEN, 'Jongens uit Vossem als Fransche miliciens in 1747', in: Eigen Schoon en de Brabander, 1945, pp. 20-21.

 

13:30 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.