07-11-14

Boedelinventaris uit Geetbets (1462)

Uiterst zeldzaam zijn boedelinventarissen die ons kunnen inlichten over de materiële cultuur, de huisraad, de meubels, etc. voor het middeleeuwse Hageland. F. Borgers in zijn Geschiedenis van Geetbets, geeft er twee, waarvan één uit 1462 en een andere uit de zelfde jaren. We geven hier de eerste: in een schepenbrief uit 1462 verkoopt Lambrecht Tuumper aan zijn broeder Jan een gedeelte van zijn  meubilair voor 50 gulden. We hebben vreemde of ongewone termen opgezocht in het standaardwerk van Verwijs en Verdam, Middelnederlands woordenboek (2).

drie bedden alsoe sij staen

BEDDE: bed (maar in de betekenis van matras)

noch twee vrouwen rocke enen swerten ende enen groenen

ende een falie ende een hoyke

FALIE (FAELGE, FALY, FAILGE, FAILLE, FAILLIE): falie (doek, handdoek), mantel, huik

HOYKE (HOYCKE, HOYC, HEYKE, HEYCKE, HEUKE, HUECK, HOEYKE, HOEYCK, HUKE, HOEKE): lange mantel, die zowel door mannen als vrouwen gedragen werd, tot op de voeten reikte en van voren over het hoofd heen in een lange hoorn uitliep; huik, kapmantel, falie

noch twee pelse ende vijf scrinen

SCHRIJN (SCRIJN, SCHRINE, SCRINE): kist, kastje e.a. voorwerpen, vooral voor het bewaren van kostbaarheden en geld

twee scerme

SCHERM (SCERM): scherm, een middel om iemand of iets af te weren, of iemand of iets te beschermen of te beschutten; vuur-, wind- of tochtscherm

vier sydelen ende een rynne

SIDELE (ZIDELE): bank met kussens

RINNE (RENNE): loop voor dieren, ook kooi en hol

drie desschen

DESCH => zie DISCH (DYSCH, DESCH): tafel, eettafel

vier coperen potten ende een lavoer

LAVOOR (LAVOIR): wasbekken, waskom 

ende een dusyne tennen scotelen

SCHOTEL (SCOTEL, SCOTTEL, SCUETEL, SCUTTEL): schotel, schaal, van steen, van hout

ende een half dusyne dobbeliere

DOBLIER (DOBBLIER): schaal, schotel

drie cannen ende seven ketele

vijf pannen

noch sesse drivoet stoele ende enen setel

DRIEVOET (DRYVOET): al wat op drie voeten of poten (van hout of ijzer) rust, dus of drievoet, tafeltje of stoel op drie poten, of drievoet, treeft

SETEL (ZETEL): zetel

een dusyne cussene half oercussene ende half andere

drie moerdelsteene (molensteen?)

twee cassoren (braadpan?)

twee moelevate ende haelen

MOELENVAT: benaming van een kleine korenmaat, inhoudende 1/2 halster, te Leuven en omstreken in gebruik

HAEL (HALE): ijzeren hengsel, bepaaldelijk ketelhaak, de ijzeren haak waaraan de ketel boven het vuur hangt

 

1) F. BORGERS, Geschiedenis van Geetbets, Brussel, 1949, p. 226.
2) VERWIJS en VERDAM, Middernederlands woordenboek, 's Gravenhage, 1885-1945.

 

16:56 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.