05-02-15

Boerenkrijg en stedelijke burgerij

Het is bekend dat de Boerenkrijg grotendeels beperkt bleef tot het platteland. De grote steden bleven opvallend afwezig. In verband met de tegenstelling stad-platteland vindt men in de literatuur verschillende verklaringen: 1) betere controle van de steden door de Fransen 2) sterkere verfransing van de steden 3) kleinere invloed van de clerus 4) betere economische omstandigheden in de steden 5) grotere politieke inspraak in de steden. Maar dit belet niet dat de stedelingen soms een heimelijke sympathie met de boerenkrijgers hadden en een verlangen om in opstand te komen. Dit kan men opmaken uit vluchtschriften en pamfletten die verspreid of aangeplakt werden. (1)

Hier verleen ik een stem aan de stedelijke burgerij over de Boerenkrijg:

"In bijna alle steden bleef het rustig. Het was op het platteland te doen. De boeren en enkele burgers sloten zich aaneen tot groepen, luiden de stormklokken, zetten hun mede-boeren en al wie zij tegenkwamen, ertoe aan met hen de wapens op te nemen. Zij dwongen de kosters om de kerken te openen,  spoorden de pastoors of priesters die zij aantroffen, ertoe aan om in de kerk de mis te lezen, en als ze geen priesters vonden, lazen ze in de kerk de rozenkrans of zongen de litanie van Onze Lieve Vrouw, en plantten en groot kruis op het kerkhof. De meesten van hen waren zo verschrikkelijk dronken, dat ze in de kerk op elkaar vielen. Zij waren als wilde en uitzinnige mensen, die niet ophielden te vloeken en te zweren.

Zo liepen zij van parochie tot parochie en groeide hun aantal, door geweld en aansporing. Wanneer zij in een parochie aankwamen, was het eerste wat ze deden, zeg ik, de kerk opendoen, dan liepen ze naar de municipaliteit of het parochiehuis; ze scheurden alle registers die zij vonden kapot, of verbrandden die; ze plunderden alle huizen van de commissarissen, agenten en adjuncten; de kantoren van de peis- of vrederechters werden vernield, de registers en alle boeken kapotgescheurd en hun huizen geplunderd; vonden zij desgevallend een vrederechter, een commissaris of een agent, dan werd die deerliijk mishandeld en dikwijls ook deerlijk vermoord.

Ook was één van hun eerste werken die ze deden, wanneer ze in een parochie aankwamen, de vrijheidsboom om te hakken, want in elke parochie of gemeente moest volgens de wet van de Franse Republiek een staak of vrijheidsboom geplant worden, en bovenop die boom was een Jacobijnenmuts, dat is een rode muts.

Die woedende en wrede mensen hebben in Assenede de commissaris onder het toebrengen van veel onmenselijke slagen tot aan de vrijheidsboom gebracht; dan hebben zij hem doen knielen, een zaag in de hand gegeven om zelf de vrijheidsboom om te zagen; dan hebben zij hem met stokken doodgeslagen, zijn dijen afgezaagd  en op de plaats van de vrijheidsboom begraven. Wat een wreedheid!"

 (Hertaald uit: 'Uit oude memorieboeken. Een getuige over den Boerenkrijg', in: Eigen Schoon en de Brabander, 1935, p. 47-49. Aan de hand van een burger uit Opwijk, broer van een vrederechter, die duidelijk negatief stond tegenover de brigands. Jan Lindemans, de excerpeerder van dit kroniekje, is in 1935 duidelijk niet ingenomen met de "geestesgesteltenis van de steedsche burgerij" tegenover de Boerenkrijg. Hij schrijft immers: "Deze kleinzieligheid, die een voorwendsel om afzijdig te blijven ging zoeken in overdreven en grotendeels onjuiste berichten over het baldadig optreden der 'jongens', was oorzaak van de deerlijke mislukking van de boerenopstand". Zie hoe de Boerenkrijg in de 19de en 20ste eeuw allerlei ideologische invullingen kreeg, die meer zeggen over de tijd van de vorser als over zijn onderzoeksobject: L. FRANCOIS, De Boerenkrijg. Twee eeuwen feiten en fictie, 1998, Deel III De Boerenkrijg: twee eeuwen fictie, p.119-191.
(1) L. FRANCOIS, o.c., p. 76-77.

15:58 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.