05-02-15

Reactie op de conscriptie van 1798

"In het jaar 1798, op 29 oktober, op 1, 2, 3 en 4 november is er in Brabant en Vlaanderen een grote revolte uitgebarsten, omwille van een plakkaat , dat op 2 oktober 1798 werd voorgelezen, waarin de jeugd van 20 tot 25 jaar verplicht werd de wapens op te nemen voor Frankrijk, om samen met de Fransen te vechten tegen de keizer en de bondgenoten van de keizer, die zij hoog in ere hielden, want gij kunt u voorstellen hoezeer onze volkeren de Fransen genegen waren, die hun beroofden van al wat geestelijk en wereldlijk was. Liever vonden ze hun dood door tegen de Fransen te vechten, dan door de keizer aan te vallen.

Een natie die hun het brood had ontnomen, die beesten had doen leveren, granen doen afstaan, Franse dorsers in hun schuren gezet om hun graan te dorsen, die tegen hun wil hun bestaansmiddelen had toegeëigend. Nog niet tevreden hebben zij ten langen leste de jeugd in het leger doen dienen. De gendarmen hebben hen, die in de klassen vielen om te dienen, opgepakt, aan elkaar gebonden, als beesten mishandeld, gestoten en gestampt, 's nachts in kerken opgesloten zonder vuur, stro of dekens, zodat er veel bevroren, vermits het zeer koud was.

In geval de jongens niet thuis waren, hebben zij de ouders gevangen gezet, vaders of moeders, van welke gesteltenis ook, zonder onderscheid werden zij in de schromelijkste kou opgesloten, tot zij uit medelijden van hun zonen die de vlucht hadden genomen, verlost werden. Sommige ouders wilden alles verdragen en wilden niet verlost worden, om hun zonen niet te zien dienen onder zulke goddeloze natie, die God noch mens spaarde, noch het geestelijke noch het wereldlijke, noch kerken en gewijde gebouwen eerbiedigde, maar alles mishandelde en onteerde. Zij hadden een zodanige schrik van die natie, dat zij liever de dood verkozen dan haar met hun krachten te ondersteunen. Iedereen was gevlucht, de ploegen verlaten, de schuren zonder dorsers, de ambachten zonder arbeiders, de pachters zonder knechten."

(hertaald uit de kroniek van Roklooster: "Simpele Waerheyd". Kroniek van Roklooster (1777-1809) van J.F. Van Der Auwera, Pittem, 1972, p.189-190) 

"De Rooms-katholieke jeugd van het land deelt eenieder mee, dat wie zich laat inschrijven of zelf tekent om de wapens te dragen voor de Franse republiek, zal beschouwd en vervolgd worden als een verrader van het vaderland en de christelijke religie. - Men zegge het voort."

(uit: vlugschrift uit de streek van Boom, A. THIJS, De Belgische Conscrits)

"Regeerders van dorpen en steden,
Wat zout gij ervan vinden als de Fransen weg waren?
Nederlanders, blijft nu verenigd,
We moeten standvastig zijn
om ons lijf en bloed te riskeren
Voor de Fransen zijn wij te goed,
Om met schelmen en dieven te strijden
Dat zijn wij niet van zin;
Liever de kogel of de guillotine.

Men zegge het voort."

(Uit: Idem)

 "Belgen,

Het moet ongetwijfeld met pijn en bitterheid zijn, dat gij de besluiten van het Directoire exécutif van Parijs in de provincies van België hebt zien arriveren, door dewelke de militaire dienstplicht wordt verordend en ingesteld, het geen in België ongezien is. Ten tijde van de oude hertogen, was het volk van deze contreien van legerdienst vrijgesteld en genoot het van de zuivere en volstrekte vrijheid, alsook van de vrije uitoefening van haar religie en andere gekende privilegies, in de Blijde Inkomst, enz.

Maar, helaas! Waar is de tijd van die zo geliefde vrijheid, waaraan de Belgen zoveel waarde hechtten? Alle volkeren benijdden haar dit grote privilegie, en zelfs Frankrijk had graag dat zij op dezelfde voet geregeerd werd, om van dezelfde vrijheid te genieten.

Maar vandaag, arme Belgen, wat is er geworden van deze vrijheid die de fiere leeuw beschermde! Zij wordt geketend door vijf tijgers, vijfhonderd luipaarden en tweehonderdvijftig beren; is het daarom verwonderlijk dat deze zo geliefde vrijheid u ontrukt wordt en dat gij u momenteel in de ketenen bevindt, met dewelke men u naar de legers zal voeren, om zo mogelijk tot in de laatste kiem deze oude en beminnenswaardige vrijheid te ontwortelen.

Maar, Belgen, weet gij niet dat de God van de legers, die door ons en onze vaders met pracht en praal vereerd werd, nog in leven is; hij zal zijn ware Belgische vrienden niet in de steek laten, deze oude vrijheid zal weer opbloeien en haar stengels zullen tot in de sterren groeien. Put dus moed, Belgisch volk, maar wees voorzichtig, maak uw handen niet vuil door bij te dragen aan de omwenteling die deze tijgers, beren en luipaarden van plan zijn, want de adelaars en de Oostenrijkers jagen en verzamelen zich rondom hen, en zij zullen door hen verslonden worden, en gij zult door hen beschermd worden.

Leve de keizer en zijn bondgenoten!"

(Vertaald uit het Frans; plakbrief op de muren van Leuven, waarschijnlijk afkomstig uit de drukkerij van Corbeels, uit: ORTS, La Guerre des Paysans)

Zie ook mijn vroegere bijdrage  Boerenkrijg in het kanton Zoutleeuw

13:37 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.