18-02-15

Marcheert, gij Belgische legerscharen!

AAN DE NEDERLANDSE JEUGD, EN AAN DE
PRIESTERS VAN GOD, DIE GEZAMENLIJK EN UIT
VRIJE WIL OPTREKKEN TEGEN
DE VIJANDEN VAN HET VADERLAND, OP
DE DERDE VAN DE HERFSTMAAND
1790

Ga, gij vrome jonkheid, ga, gij, 't puik der Belgische legerscharen:

Ruk op, waar Mars u roept, tot heil van 't Vaderland.

Gods zegen is met u: zweet noch bloed zult gij sparen;

Verdrijf de trotse Duitser, tot over de oevers van de Rijn.

 

Ga, zeg ik, in Gods naam: en strijd voor enkele dagen:

Uw roem zal eeuwig zijn: eeuwig uw lauwerkroon.

En gij, o priesters van God! gaat, en draag haar;

Nog edeler zal uw eer zijn, uw lof, uw loon.

 

Geef moed aan deze jeugd: bestuur ook haar zeden:

Dat haar trouw geheiligd zij; 't Volk zonder vlek of schande,

Dan zal ons België zich roemen, en met reden,

Dat gij helden van God zijt; wees Helden van het Land.

 

Hertaald uit: Brabant in Revolutie 1787-1801, tentoonstellingscatalogus Centrale Bibliotheek K.U. Leuven 1988, p. 53. Hulde aan de vrijwilligerskorpsen die, vergezeld van priesters, optrekken tegen de Oostenrijkse troepen. De Brabantse Revolutie van 1789-1790 was extreem geïdeologiseerd, getuige de stortvloed van pamfletten, vlugschriften en traktaten, met gezwollen taal en retoriek. De partijstrijd tussen conservatieven (Statisten) en progressieven (Vonckisten) is een voorafspiegeling van de grote ideologische tegenstellingen die België in de 19de en 20ste eeuw zouden verdelen.

Sommige auteurs noemen de Brabantse Omwenteling de uitkristallisering van een proto-nationaal Belgisch bewustzijn. Merk hier hoe 'Nederlands' en 'Belgisch' door elkaar gebruikt worden. De woorden om dit 'volk' op het grondgebied van de voormalige Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, te benoemen, waren nog glijdend en niet-gefixeerd.

11:58 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-02-15

Katholieke en liberale interpretaties van den Boerenkrijg

"In zijne "Guerre des Paysans", zooals elders, is Orts [liberaal auteur] een man van het nieuwe licht [cursief in origineel], in geweten overtuigd, dat de stralen der zon van 1789 [de conservatieve Brabantse Revolutie?] en 1798 [de Boerenkrijg] onze Jongens begoochelden. Werden er in dit laatste jaar Belgen gevonden, die voor het oude recht, voor het Katholieke Geloof en voor den Keizer ten velde trokken, het konden niet zijn, volgens hem, dan de Luxemburgers alleen [de achterlijke Luxemburgers?]. Al de overigen [de niet-Luxemburgers] hadden geproefd aan het lokaas van 1789 en waren verlekkerd op die kostbare spijze, door de Franschen opgediend [de voordelen van de Franse Revolutie].(...)

Ook dachten onze oorlogvoerende Jongeren [volgens Orts] niet aan den Keizer, het land van den oude slenter. Indien zij dapper vochten, het was omdat al de vrijheden, ook de rechtmatige vrijheid van den godsdienst, deerlijk werden gekrenkt door de Republikeinse meesters van die dagen. Aldus Orts in zijnen Boerenkrijg.

Voor ons [de katholieke auteur Gebruers] integendeel, is en blijft de Boerenkrijg eene laatste en heldhaftige poging, ondernomen om onder het beheer van Oostenrijk de oude Christene instellingen wederom in voege te brengen, voornamelijk om de wettige voorrechten van den katholieken Godsdienst te handhaven, une dernière tentative d' ancien régime. En moesten de tijden wijzigingen vorderen in deze instellingen, de wijzigingen zouden worden ingevoerd, zonder daarom de oude grondbeginselen volkomen af te breken."

Uit: P. F. GEBRUERS, Eenige aanteekeningen over den besloten tijd en en Boerenkrijg in de Kempen, dl. 2, Geel, 1900, p. 139-140. De Turnhoutse pastoor verwijst hier naar A. ORTS, La Guerre des Paysans, 1798-1799, Brussel, 1863, om zijn stellingen te weerleggen. Het werk van de liberaal Orts was de eerste wetenschappelijke publicatie over de Boerenkrijg. Het citaat van priester Gebruers legt de 19de-eeuwse tegenstelling bloot tussen de liberale en katholieke interpretaties van de Franse Revolutie en de Boerenkrijg. De levensbeschouwelijke tegenstelling katholiek/liberaal of katholiek/vrijzinnig was één van de diepe breuklijnen in het België van de 19de eeuw. Op die breuklijn entte zich later nog de tegenstelling Vlaamsgezind/Belgisch (maar Vlaamsgezind betekende toen nog niet anti-Belgisch).

13:22 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De goddeloze Republiek

Vrijheid Gelijkheid en Broederlijkheid

 

' t Zevende jaar van 't Frans verdriet
onderdrukking van onze religie
vervolgers van onze priesters
plunderaars van Gods tempels
vervolgers van arm en rijk

Ziet gij dan niet, gij bedroefde dienaars
die tegenwoordig helpen uitwerken
d' onrechtvaardigste zaken
die ooit ter wereld uitgevonden zijn

Lieve burgers, denkt gij niet
aan den dag van 16 mei aanstaande
dat er tegen dien tijd
schromelijke veldslagen zullen zijn

Denk niet meer aan de republiek
want haar wandel is te goddeloos
God is de schepper van het al
kniel voor hem en doe afstand
van 't goddeloos gespuis
vooraleer nog meer plagen komen

'k Dien tot in d' eeuwigheid

(Vrije vertaling van een pamflet, bevestigd aan de pomp op de Place de la Liberté in Aarschot, op 24 februari 1799. Weergegeven in E. MARTENS, De Boerenkrijg in Brabant (1798-1799), 2005, p. 235)

 

11:33 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-02-15

Boerenkrijg en stedelijke burgerij

Het is bekend dat de Boerenkrijg grotendeels beperkt bleef tot het platteland. De grote steden bleven opvallend afwezig. In verband met de tegenstelling stad-platteland vindt men in de literatuur verschillende verklaringen: 1) betere controle van de steden door de Fransen 2) sterkere verfransing van de steden 3) kleinere invloed van de clerus 4) betere economische omstandigheden in de steden 5) grotere politieke inspraak in de steden. Maar dit belet niet dat de stedelingen soms een heimelijke sympathie met de boerenkrijgers hadden en een verlangen om in opstand te komen. Dit kan men opmaken uit vluchtschriften en pamfletten die verspreid of aangeplakt werden. (1)

Hier verleen ik een stem aan de stedelijke burgerij over de Boerenkrijg:

"In bijna alle steden bleef het rustig. Het was op het platteland te doen. De boeren en enkele burgers sloten zich aaneen tot groepen, luiden de stormklokken, zetten hun mede-boeren en al wie zij tegenkwamen, ertoe aan met hen de wapens op te nemen. Zij dwongen de kosters om de kerken te openen,  spoorden de pastoors of priesters die zij aantroffen, ertoe aan om in de kerk de mis te lezen, en als ze geen priesters vonden, lazen ze in de kerk de rozenkrans of zongen de litanie van Onze Lieve Vrouw, en plantten en groot kruis op het kerkhof. De meesten van hen waren zo verschrikkelijk dronken, dat ze in de kerk op elkaar vielen. Zij waren als wilde en uitzinnige mensen, die niet ophielden te vloeken en te zweren.

Zo liepen zij van parochie tot parochie en groeide hun aantal, door geweld en aansporing. Wanneer zij in een parochie aankwamen, was het eerste wat ze deden, zeg ik, de kerk opendoen, dan liepen ze naar de municipaliteit of het parochiehuis; ze scheurden alle registers die zij vonden kapot, of verbrandden die; ze plunderden alle huizen van de commissarissen, agenten en adjuncten; de kantoren van de peis- of vrederechters werden vernield, de registers en alle boeken kapotgescheurd en hun huizen geplunderd; vonden zij desgevallend een vrederechter, een commissaris of een agent, dan werd die deerliijk mishandeld en dikwijls ook deerlijk vermoord.

Ook was één van hun eerste werken die ze deden, wanneer ze in een parochie aankwamen, de vrijheidsboom om te hakken, want in elke parochie of gemeente moest volgens de wet van de Franse Republiek een staak of vrijheidsboom geplant worden, en bovenop die boom was een Jacobijnenmuts, dat is een rode muts.

Die woedende en wrede mensen hebben in Assenede de commissaris onder het toebrengen van veel onmenselijke slagen tot aan de vrijheidsboom gebracht; dan hebben zij hem doen knielen, een zaag in de hand gegeven om zelf de vrijheidsboom om te zagen; dan hebben zij hem met stokken doodgeslagen, zijn dijen afgezaagd  en op de plaats van de vrijheidsboom begraven. Wat een wreedheid!"

 (Hertaald uit: 'Uit oude memorieboeken. Een getuige over den Boerenkrijg', in: Eigen Schoon en de Brabander, 1935, p. 47-49. Aan de hand van een burger uit Opwijk, broer van een vrederechter, die duidelijk negatief stond tegenover de brigands. Jan Lindemans, de excerpeerder van dit kroniekje, is in 1935 duidelijk niet ingenomen met de "geestesgesteltenis van de steedsche burgerij" tegenover de Boerenkrijg. Hij schrijft immers: "Deze kleinzieligheid, die een voorwendsel om afzijdig te blijven ging zoeken in overdreven en grotendeels onjuiste berichten over het baldadig optreden der 'jongens', was oorzaak van de deerlijke mislukking van de boerenopstand". Zie hoe de Boerenkrijg in de 19de en 20ste eeuw allerlei ideologische invullingen kreeg, die meer zeggen over de tijd van de vorser als over zijn onderzoeksobject: L. FRANCOIS, De Boerenkrijg. Twee eeuwen feiten en fictie, 1998, Deel III De Boerenkrijg: twee eeuwen fictie, p.119-191.
(1) L. FRANCOIS, o.c., p. 76-77.

15:58 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Reactie op de conscriptie van 1798

"In het jaar 1798, op 29 oktober, op 1, 2, 3 en 4 november is er in Brabant en Vlaanderen een grote revolte uitgebarsten, omwille van een plakkaat , dat op 2 oktober 1798 werd voorgelezen, waarin de jeugd van 20 tot 25 jaar verplicht werd de wapens op te nemen voor Frankrijk, om samen met de Fransen te vechten tegen de keizer en de bondgenoten van de keizer, die zij hoog in ere hielden, want gij kunt u voorstellen hoezeer onze volkeren de Fransen genegen waren, die hun beroofden van al wat geestelijk en wereldlijk was. Liever vonden ze hun dood door tegen de Fransen te vechten, dan door de keizer aan te vallen.

Een natie die hun het brood had ontnomen, die beesten had doen leveren, granen doen afstaan, Franse dorsers in hun schuren gezet om hun graan te dorsen, die tegen hun wil hun bestaansmiddelen had toegeëigend. Nog niet tevreden hebben zij ten langen leste de jeugd in het leger doen dienen. De gendarmen hebben hen, die in de klassen vielen om te dienen, opgepakt, aan elkaar gebonden, als beesten mishandeld, gestoten en gestampt, 's nachts in kerken opgesloten zonder vuur, stro of dekens, zodat er veel bevroren, vermits het zeer koud was.

In geval de jongens niet thuis waren, hebben zij de ouders gevangen gezet, vaders of moeders, van welke gesteltenis ook, zonder onderscheid werden zij in de schromelijkste kou opgesloten, tot zij uit medelijden van hun zonen die de vlucht hadden genomen, verlost werden. Sommige ouders wilden alles verdragen en wilden niet verlost worden, om hun zonen niet te zien dienen onder zulke goddeloze natie, die God noch mens spaarde, noch het geestelijke noch het wereldlijke, noch kerken en gewijde gebouwen eerbiedigde, maar alles mishandelde en onteerde. Zij hadden een zodanige schrik van die natie, dat zij liever de dood verkozen dan haar met hun krachten te ondersteunen. Iedereen was gevlucht, de ploegen verlaten, de schuren zonder dorsers, de ambachten zonder arbeiders, de pachters zonder knechten."

(hertaald uit de kroniek van Roklooster: "Simpele Waerheyd". Kroniek van Roklooster (1777-1809) van J.F. Van Der Auwera, Pittem, 1972, p.189-190) 

"De Rooms-katholieke jeugd van het land deelt eenieder mee, dat wie zich laat inschrijven of zelf tekent om de wapens te dragen voor de Franse republiek, zal beschouwd en vervolgd worden als een verrader van het vaderland en de christelijke religie. - Men zegge het voort."

(uit: vlugschrift uit de streek van Boom, A. THIJS, De Belgische Conscrits)

"Regeerders van dorpen en steden,
Wat zout gij ervan vinden als de Fransen weg waren?
Nederlanders, blijft nu verenigd,
We moeten standvastig zijn
om ons lijf en bloed te riskeren
Voor de Fransen zijn wij te goed,
Om met schelmen en dieven te strijden
Dat zijn wij niet van zin;
Liever de kogel of de guillotine.

Men zegge het voort."

(Uit: Idem)

 "Belgen,

Het moet ongetwijfeld met pijn en bitterheid zijn, dat gij de besluiten van het Directoire exécutif van Parijs in de provincies van België hebt zien arriveren, door dewelke de militaire dienstplicht wordt verordend en ingesteld, het geen in België ongezien is. Ten tijde van de oude hertogen, was het volk van deze contreien van legerdienst vrijgesteld en genoot het van de zuivere en volstrekte vrijheid, alsook van de vrije uitoefening van haar religie en andere gekende privilegies, in de Blijde Inkomst, enz.

Maar, helaas! Waar is de tijd van die zo geliefde vrijheid, waaraan de Belgen zoveel waarde hechtten? Alle volkeren benijdden haar dit grote privilegie, en zelfs Frankrijk had graag dat zij op dezelfde voet geregeerd werd, om van dezelfde vrijheid te genieten.

Maar vandaag, arme Belgen, wat is er geworden van deze vrijheid die de fiere leeuw beschermde! Zij wordt geketend door vijf tijgers, vijfhonderd luipaarden en tweehonderdvijftig beren; is het daarom verwonderlijk dat deze zo geliefde vrijheid u ontrukt wordt en dat gij u momenteel in de ketenen bevindt, met dewelke men u naar de legers zal voeren, om zo mogelijk tot in de laatste kiem deze oude en beminnenswaardige vrijheid te ontwortelen.

Maar, Belgen, weet gij niet dat de God van de legers, die door ons en onze vaders met pracht en praal vereerd werd, nog in leven is; hij zal zijn ware Belgische vrienden niet in de steek laten, deze oude vrijheid zal weer opbloeien en haar stengels zullen tot in de sterren groeien. Put dus moed, Belgisch volk, maar wees voorzichtig, maak uw handen niet vuil door bij te dragen aan de omwenteling die deze tijgers, beren en luipaarden van plan zijn, want de adelaars en de Oostenrijkers jagen en verzamelen zich rondom hen, en zij zullen door hen verslonden worden, en gij zult door hen beschermd worden.

Leve de keizer en zijn bondgenoten!"

(Vertaald uit het Frans; plakbrief op de muren van Leuven, waarschijnlijk afkomstig uit de drukkerij van Corbeels, uit: ORTS, La Guerre des Paysans)

Zie ook mijn vroegere bijdrage  Boerenkrijg in het kanton Zoutleeuw

13:37 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |