27-03-15

Miliciens-Boerenkrijgers uit het Hageland

In de militielijsten van het kanton Zoutleeuw uit het jaar 7 (1798-1799) vond ik een twintigtal miliciens, die als brigand (Boerenkrijger) omschreven worden. Deze namen kunnen vergeleken worden met de lijsten in Gebruers en Martens (1). Onderzoek van de militielijsten van de kantons Zemst, Merchtem en Londerzeel, leverde geen vergelijkbare gegevens op.

Conscrits 1de classe (tussen 20 en 21 jaar)

Wenseleers Philippe, 20, menuisier, Zoutleeuw, brigand
Gregassé Jean, 20, maréchal, Zoutleeuw, brigand
Jonkers Jean François, 20, geen beroepsvermelding, Neerlinter, brigand, on le dit mort
Gilis Jean, 20, Budingen, brigand
Beelen Jean François, 20, Budingen, brigand
Reniers Adrien, 20, cultivateur, Budingen, brigand
Loomans, Jean François,  journalier, Budingen, brigand
Roelans Michel, 20, Geetbets, brigand

Conscrits 2de klasse (tussen 21 en 22 jaar):

Leonard Hollanders, 21 jaar, brasseur, Zoutleeuw, dans les brigands
Jean François Pantsaerts, 21 jaar, tailleur, Dormaal, dans les brigands
Guillaume Schepers, Geetbets, 21 jaar, fils de fermier, dans les brigands
Steegmans Pierre, Geetbets, fils de fermier, 21 jaar, dans les brigands

Conscrits 3de klasse (tussen 22 en 23 jaar)

Van Herk Jacques, 22, cordonnier, Zoutleeuw, dans les brigands
Van Horen Robert, 22, domestique, Hall, dans les brigands
Trekels Guillaume, 22, tisserand, Neerlinter, a été fait prisonnier à l’ affaire d’ Hasselt
Gilis Guillaume, 22, maréchal, Budingen, a été avec les brigands
Neyskens, Jean François, 22, ouvrier, Budingen, dans les brigands

Conscrits 4 klasse (tussen 23 en 24 jaar)

Scholts, Leonard, 23, cordonnier, Zoutleeuw, blessé parmi les brigands
Erterykx, Jean François, 23, tailleur, Neerlinter, fait prisonnier parmi les brigands

Conscrits 5de klasse (tussen 24 en 25 jaar)

Jongmans Henri, 24, ouvrier, Budingen, dans les brigands

Bron: RA Anderlecht, Dijledepartement, nr. 3357.

(1) E. MARTENS, De Boerenrkrijg in Brabant (1798-1799), 2005.

10:27 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-15

Patriottisch vuur van de boeren in 1790

"Op 12 juni 1790 om 10.30 uur arriveerden in Brussel een groot aantal inwoners van verschillende dorpen, te weten Groot en Klein Willebroek. Ze werden voorafgegaan door een detachement dragonders, vrijwilligers van Brussel, en door trompetten en pauken; ze waren gekleed in de livrei van deze stad. Ze werden vergezeld door een mooie muziekkapel die ze hadden meegenomen. Na de muzikanten volgden enkele jongens die een standaard droegen, waarop men lezen kon:

DE HEREN STATEN ZIJN ONZE VADERS
DE VONCKISTEN ZIJN VERRADERS

Dit laat zien hoezeer advocaat Vonck en zijn aanhangers in ongenade waren gevallen, zelfs op het platteland, waarvan ze snoefden dat ze er veel aanhangers hadden.

Men las op een ander plakkaat:

WILLEBROEK HEEFT 'T SPEL BEGOST
SIJ VOLHERDEN KOST DAT KOST

Inderdaad, de inwoners van Willebroek waren bij de eersten om de wapens op te nemen voor de verdediging van de constitutie en de privilegies van de religie.

Deze inwoners waren ten getale van 6 à 700, waarvan 60 te paard. Onder hen waren meerdere matrozen en schippers, sterke en robuuste mannen, bijna allen gewapend met geweren."

(uit het Frans vertaald vanuit: GERARD, Journal des troubles des Pays-Bas, 1790, dl. IV, p. 125-126)

"Op 30 juni 1790 zag men in Brussel de inwoners van verschillende dorpen arriveren. De eersten die aankwamen waren die van Lovenjoel. Ze werden gevolgd door de inwoners van Vertrijk, Boutersem, Binkom, Holsbeek, Linden, Pellenberg, Breissem, Attenrode, St.-Joris-Winge, St.-Pieters-Rode, Kortijk, Kerkom en van enkele andere dorpen, die in de buurt van genoemde dorpen liggen. Ze vormden een korps van 4 à 5000 man, waarvan 4 à 500 te paard. Een aantal van die dorpen liggen in het kwartier van Brabant, dat men het Hageland noemt, waarvan de inwoners altijd gekend waren om hun onverschrokkenheid, en en die door hun buren gevreesd werden.

Omstreeks één uur in de namiddag kwamen de inwoners van Berlaar, een groot dorp, gelegen in het kwartier van Antwerpen. Ze waren ten getale van 1500, waarvan ongeveer 200 te paard, en een mooi korps van vrijwilligers, ongeveer van dezelfde grootte, die rode kragen en omslagen droegen. Ze hadden bij hen een vlag met een kruis, met de inscriptie:

IN DIT TEKEN ZULT GIJ OVERWINNEN

Op de andere kant waren kanonnen en andere wapens geschilderd, met de woorden:

AANGENAAM IS HET TE STERVEN VOOR HET VADERLAND

De vrijwilligers van Berlaar waren zeer goed geoefend in het hanteren van de wapens. Voor het gebouw van het Congres deden ze verschillende militaire manoeuvres, en ze beloofden zich naar het patriottisch leger te begeven. Vermits hun aanwezigheid daar op het moment niet nodig was, dankte men hen voor hun goede wil en drukte men hen op het hart zich te blijven toeleggen op militaire exercities."

Uit het Frans vertaald vanuit: GERARD, Journal des troubles des Pays-Bas, 1790, dl. IV, p. 285-286. Zie over de eindeloze stoeten van plattelandsbewoners, die hulde brachten aan de Staten in juni-juli 1790 o.a. J. VERBESSELT, Van Revolutie tot Concordaat (1787-1801). Verzet en collaboratie in Brabant, in: Eigen Schoon en de Brabander, 1989, p. 281-322; A. HENNE en A. WAUTERS, Histoire de la ville de Bruxelles, 1845, dl. II, p. 389 e.v.

16:24 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-03-15

Huldebetoon door de boeren aan Leider Van der Noot (1790)

Het jaar 1790, waarin de kortstondige 'Verenigde Nederlandse Staten' zich intern en extern trachtten te organiseren, is een zo onwezenlijke periode, zo aartsreactionair, zo absurd, ja, zo op het randje van het belachelijke, dat het niet verwonderlijk is dat deze periode later in de geschiedschrijving met enige plaatsvervangende schaamte beschreven werd. Anyway, De Oostenrijkers waren weliswaar verdreven, maar in de loop van 1790 werd duidelijk dat die weleens terug zouden kunnen komen. Daarom trachtten de patriotten een legertje van vrijwilligers op de been te brengen. Dit groeide weldra uit tot een huldebetoon aan Van der Noot, de conservatieve voorman van de Natie. Men kan dit als een collectief ritueel beschouwen en daarom op zich interessant. Een collectief ritueel is 'een plechtige, van het alledaagse onderscheiden reeks van handelingen, waarin op directe of meer symbolische wijze de algemene waarden, normen en doeleinden van de gemeenschap worden bevestigd'.

Wij laten hier pastoor Heylen van Grimbergen aan het woord (1). Hij is in zijn kroniekje vaag qua chronologie, maar dit voorval speelt zich wellicht af in juni-juli 1790, toen de vrijwilligers uit de verschillende dorpen hun hulde brachten aan de Staten van Brabant, vertegenwoordigd door de conservatieve voorman Van der Noot. Pastoor Heylen schrijft dat de abdij van Grimbergen vond dat ze iets voor het vaderland moest doen. Ze bracht vele mannen en jongemannen op de been, deed hen in rijen van twee marcheren, met aan het hoofd de prior van de abdij, die te paard reed. De stoet werd voorafgegaan door een trommelaar en een fluitspeler, twee kleine jongetjes.

"Wanneer de jongens in Brussel aankwamen, werd er onmiddellijk getrommeld en op de fluit gespeeld, waarop al de mensen uit hun huizen kwamen. Toen zij die mannen zagen in een lange en ordentelijke colonne en daar die witte heren, waarvan velen wisten dat zij van onze abdij waren, riepen ze: "LEVE GRIMBERGEN! DAT ZIJN DE KERELS VAN GRIMBERGEN!". De provisor reed met zijn gevolg voorop naar de Sint-Goedelekerk. Met hetzelfde gevolg ging hij naar het hoogkoor en gaf hun allen, met de toestemming van het kapittel, de zegen met het Venerabel. Zijn doel was ongetwijfeld dat God de ijver en de trouw die zij gingen beloven, zou sterken en ook hen tot daden laten overgaan als de nood dit zou vereisen. De mensen, die in grote getale in de kerk waren meegekomen, waren heel ontroerd. Het was dan ook iets dat nog nooit gezien was.

Na de zegen gingen ze naar de Warande, met veel volk dat hen volgde. Toen ze aan het comité aankwamen, deed de provisor en twee andere heren (Van de Velde en Mary) hun mannen rondom hen in orde opstellen, en ging de provisor binnen bij Van der Noot. Na hem kort gesproken te hebben, kwam hij met hem naar buiten. Van der Noot was blij toen hij al die mannen zag, en hun eerbewijzen op hun manier. Dan gaf de provisor hem een mooi compliment, vertelde hem hoe al die mannen hun diensten kwamen aanbieden tot bescherming van het land, hoe zij allen wilden optrekken tegen de vijand, hoe zij hun leven in gevaar wilden stellen en ten beste geven, liever dan nog door de Duitsers [de Oostenrijkers] gekweld te worden. Deze en nog andere uitspraken deed de provisor aan Mr. Van der Noot. Dit ging hem zo ter harte dat hij zich niet kon inhouden. Dit toespraak en het zien van die mannen perste hem de tranen uit de ogen. Hij bedankte hen voor hun mooi aanbod en offer, gaf hun goede moed en zegde hen vriendelijk tot weerziens."

Pastoor Heylen beschrijft vervolgens hoe andere parochies het voorbeeld van Grimbergen volgden: 

"Sommigen kwamen deels te paard, deels te voet. Anderen hadden naast hun pastoor oversten met opvallende kledij. Anderen kwamen in een zeker uniform, bv. rode mouwen aan hun vest en een teken op de schouder; anderen kwamen met mooie muziek; anderen hadden bij hen wagens met verschillende afbeeldingen van de oorlog. Die van Duffel hadden bij hen een wagen waarop de oudste mannetjes van de parochie zaten. Die wagen kwam voor het comité en één van die mannetjes gaf een compliment aan Van der Noot en zei dat ze het weinige bloed dat ze nog hadden, ingeval van nood, voor het Vaderland wilden vergieten. Bijna de hele zomer duurde het dat de boeren kwamen. Het was een goede tijd voor Brussel en andere steden, waar er comités waren. Men had veel plezier en voor velen was het nog voordelig ook. Het bier werd bij de herbergiers niet gauw zuur, want het was rap weg."

Tja, over de Belgen en bier, de Franse revolutionair Camille Desmoulins schreef dat de Belgen een absurd Oosters volk zijn, bij wie hun knikkebollende rede nooit vooruitgang maakt en bij wie zowel de geest als het bier jaar na jaar exact dezelfde blijven (2).

De kroniek van het Roklooster schrijft het volgende over het huldebetoon van de dorpen aan de Staten van Brabant (3): "In het jaar 1790, in juni, omstreeks H. Sacramentsdag zag men alle parochies van Brabant persoonlijk hun hulp aanbieden aan de Staten. Ze bestonden uit veel gewapende mannen en vrouwen met stokken en hooivorken, degens en musketten, trommels, fluiten en andere muzikale instrumenten, vendels, zowel te voet als te paard, met hun respectieve pastoors, onderpastoors, capucijnen, minderbroeders, gewapend met degens en pistolen. Ze brachten geld mee voor het onderhoud van ons leger, sommige veel, andere weinig, 100, 1000 gulden en meer gecollecteerd, bij hun onderdanen, uit ijver voor hun vrijheid en religie.

Op H. Sacramentsdag ging de pastoor van Sint-Pieters-Woluwe na de vespers de verschuldigde eerbied aan de Staten betonen, met omtrent 150 gewapende mannen. Hij zat te paard met ontblote degen in de hand, maar ik ging mee met een stok. In de stad aangekomen, traden wij de hoofdkerk binnen, waar wij van de pastoor de zegen met het H. Sacrament van Mirakel ontvingen. Van daar gingen wij naar het Congres in de Warande, waar we onze hulde betoonden. Vervolgens trokken we naar de Grote Markt onder het roepen van "Leve de Staten, leve het Congres, leve Heintje [Hendrik van der Noot]. Na daar een kleine wapenoefening gezien te hebben, vonden we onze verlosser ten huize van  J.B. Van der Noot. De pastoor werd binnengeroepen en beschonken met een glas champagne, terwijl Heintje met ons sprak en ons geruststelde. De aanleiding was dat een kwaadwillige partij Ternat wilde bestormen, zoals ze in andere parochies gedaan hadden. De pastoor kwam in Brussel de zaak onderzoeken, gewapend met een degen."

Tja, de keizersgezinden en de Vonckisten maakten zich natuurlijk in vele pamfletten en karikaturen vrolijk over dit aartsreactionaire, clericale boerenleger...

1) D.J. DELESTRE, 'De Patriottentijd en de Franse Omwenteling in de streek van Grimbergen-Meise', in: ESB, 1967, p. 265-289. Voor een degelijke, wetenschappelijk behandeling van de huldebrenging van de boeren aan het comité van Van der Noot, zie: C. BRUNEEL, 'L' Adhésion populaire à la révolution: les campagnes brabançonnes en 1790', in: Handelingen van het Colloquium over de Brabantse Omwenteling 13-14 oktober 1983, 1984, p. 133-166. Bruneel buigt zich over de moeilijk te beantwoorden vraag of de duizenden boeren die in Brussel hulde brachten, dit uit vrije wil deden, dan wel of ze daartoe gedwongen werden door de machtshebbers. Hij wijst daarbij vooral op de rol van de grote abdijen. Een knappe analyse van de feesten van de Brabantse Omwenteling geeft P. DELSAERDT, 'Beatus populus qui scit jubilationem'. De feesten van de Brabantse Omwenteling (1789-1790), in De droom van de revolutie. Nieuwe benaderingen van het Patriottisme, 1988, p. 116-1134. 
2) J.L. POLASKY, 'Révolution et contrerévolution à Bruxelles', in: Idem, p. 124.
3) Kroniek van het Roklooster 1777-1809.

13:49 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-03-15

Guerrillatactiek van de Boerenkrijgers

"Hun tactiek bestaat erin zich in massa te verenigen om weerstand te bieden; worden ze verslagen en teruggedreven, dan redt elkeen zich door naar huis te gaan, en de troepen die hen achtervolgden, vinden hen vreedzaam aan het werk in de velden of in de dorpen. En zodra de troepen voorbij zijn, verenigen ze zich opnieuw, zodanig dat ze zeer moeilijk te vatten zijn."

(Uit een brief van een Franse belastingambtenaar, 9 november 1798; F. VAN DEN BERGH, De Fransche overheersing in België (van 1792 tot 1815), Gent, 1900, p. 511)

11:39 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |