27-04-15

Aardappelziekte en Rozenkransen (1845)

"Jaar 1845. Zeer beminde lezer, hier moet ik voor u en ter eeuwigen gedachtenis beschrijven wat voor wonderlijks in deze gemeente Lippelo is voorgevallen. Het is begonnen, toen er een ziekte aan de patatten ontstond, die eerst begon in de streek van Kortrijk en Ieper, dan oversloeg naar de provincie van Gent, en tenslotte naar onze provincie, en zo hevig woedt, dat de patatten in bijna het hele rijk door deze ziekte zijn aangetast. Eerst zag men aan het loof dat er van onderen bruin vlekken aan de bladeren kwamen, almaar hoger en hoger en tenslotte zag men vlekken aan de stam. Dit nam dusdanig toe dat zij bijna droog werden en dat men ze waarachtig in brand kon steken. 

De eerste keer dat men dit in onze contreien zag, was op 20 juli. Dan ondervond men aanstonds dat de mensen naar onze kerk op bedevaart kwamen voor de patatten, omdat zij geloofden dat het door St.-Antonius was dat de patatten aangetast waren. Het is ongelooflijk hoe deze toeloop groeide, want gij lezer moogt geloven dat er tussen 18 juli en 15 augustus zoveel volk is geweest, dat het niet te beschrijven valt. Van de kant van Brussel, van Waterloo, van de streek van Leuven, van Tienen, St.-Truiden, Turnhout, Lier, Antwerpen, van al die kanten, zelfs van heel Belgenland, groepen van vijftig, honderd, tweehonderd, allemaal van één parochie, zelfs met hun pastoor erbij. De gebeden die men hier hoorde bidden, zijn niet te geloven. Men hoorde hen bijna de hele nacht door in de gemeente komen, in groepen die de rozenkrans lazen, zozeer, dat het om te wenen was, alleen bij het aanhoren ervan. Gij lezer moogt geloven dat er dagen waren dat er 7000 mensen op de gemeente waren."  

(Hertaald uit: M. SACRE, Uit het dagboek van Judocus de Keyser, in: Eigen Schoon en de Brabander, jg. 17, 1934, p. 361-362)

12:22 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.