11-07-15

De voedselcrisis van 1740

Het jaar 1740 wordt soms beschouwd als de laatste voedsel -en mortaliteitscrisis in pre-industrieel Europa. Oorzaak van de inzinking van de voedselproduktie was de strenge winter van 1739-1740. De winter van 1740 had twee kenmerken: zeer lage temperaturen en onvoldoende graanvoorraden. De temperaturen waren uitzonderlijk hoog naar 18de-eeuwse standaarden. In Brussel, bijvoorbeeld, waren temperaturen van -18 of -19 graden celsius niet ongewoon.

Bovendien was de winter ongewoon lang. In het collectieve geheugen, was de legendarische winter van 1709 een uitzonderlijk koude winter, terwijl die van 1740 herinnerd wordt voor zijn langdurige vriesperiode.  Omwille van die lange vorstperiode -negatieve temperaturen werden tot in mei opgetekend- waren veel gewassen gedeeltelijk of volledig vernietigd. De gewassen die de extreme temperaturen overleefden, konden slecht zeer laat geoogst worden.  De winter van 1740 verstoorde de jaarlijkse groei en aanbodscyclus van gewassen, en verminderde het per capita voedselaanbod. Bovendien, vergeleken met voorgaande jaren, was de oogst van 1739 opmerkelijk mager, zodat de graanvoorraden onvoldoende waren om de afstand tot de late oogst van 1740 te overbruggen. Toen de stocks eind-april, begin-mei uitgeput waren, en de vooruitzichten voor een vroege en overvloedige oogst verdwenen, begonnen de prijzen te stijgen. Het is waarschijnlijk dat de stijgende prijsniveau 's in de lente van 1740 zowel door paniek als door een ernstige verstoring van vraag en aanbod.

De vrieswinter van 1740

Bron: E. VANHAUTE en T. LAMBRECHT, 'Famine, exchange networks. A comparati< ve analysis of the subsistence crises of the 1740s and the 1840s in Flanders', in: Continuity and Change, 2011, p. 155-186. 

12:57 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.