29-04-16

Onttovenaars, magiërs, genezers in het Mechelse rond 1600

Via E. Raes zijn we op de hoogte van het optreden van enkele magiërs, exorcisten of genezers in het Mechelse op het einde van de 16de eeuw (1). Hoewel de algemene principes van het magisch wereldbeeld waarin de mens van het Ancien Regime leefde universeel waren, kunnen de terminologie en de concrete praktijken regionaal verschillen. Eén van die beginselen was het 'magisch evenwicht' waarbij de kwade hand, die verantwoordelijk werd geacht voor ongeluk, ziekte of dood van mens of dier, door magische verweermiddelen tenietgedaan werd (2). In de Mechelse regio bv. geloofde men dat een onbekende heks een 'ongeluk' begraven of verborgen had op het erf van haar slachtoffer. Dit begraven 'ongeluk' was dikwijls menselijk haar, vermits men ervan overtuigd was dat daar het kwaad van de heks in zat (3). Voor de uitdrijving of de bestrijding van het kwaad gebruikten de exorcisten of onttoveraars, naast geheime gebeden, boetedoening en andere geestelijke handelingen,  het begraven van een 'heiligdom', d.i de tegenpool van het begraven kwaad, bv. stukjes van een gewijde Paaskaars, kruisjes, schapulieren,enz...), kabbalistische tekens of teksten, geschreven op muren of op briefjes die omgehangen of begraven werden (4). In het samenspel van het begraven 'ongeluk' en 'heiligdom' ziet men mooi de werking van het magisch evenwicht, van actie en reactie, van kracht en tegenkracht. 

Zo is er het verhaal van de exorciste Margaretha Cornelis die het kwaad bezweerde op de Gasthuishoeve in St.-Kathelijne-Waver, waar ze het begraven ongeluk zocht in de paardenstal (5). Volgens een getuige krabte ze eerst met een schop de vuiligheid weg onder de kribbe van het paard, waarna ze met de zijkant van de schop een vierkant trok. Vervolgens stak ze een schop aarde en legde die opzij. Ze vroeg aan de omstaande vrouwen of iemand een schort wou lenen, waarin ze de schop aarde legde, ook een tweede schop aarde lei ze op de schort. De aarde werd met de handen doorzocht, en tenslotte werd een klot haar gevonden (volgens sommige getuigen ook een speld). Het haar werd vervolgens op aanwijzing van de onttoveraarster verbrand. Het haar brandde haast niet en stonk erg. Daarna maakte Margaretha Cornelis kruisjes van gekliefde hazelaarscheuten van één jaar en was van een gewijde paaskaars. Deze 'heiligdommen' gaf ze aan de aanwezigen, zeggende dat ze onder de drempel moesten gelegd worden, tegen het kwaad volk om het ongeluk af te weren dat mensen, kinderen en beesten bedreigde. 

---------------------------------------------

(1) E. RAES, Hekserij en exorcisme, 1993, p. 41-63. De auteur baseert zich op bronnen in het Mechelse stadsarchief.
(2) Dit wordt goed uitgelegd in D. VANYSACKER, Hekserij in Brugge : de magische leefwereld van een stadsbevolking, 16de-17de eeuw, 1988; en in M. THERRY, Religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706), 1988.
(3) E. RAES, o.c., p. 41-42.
(4) E. RAES,o.c., p. 42.

(5) E. RAES, o.c., p.48. Margaretha Cornelis werd een eerste maal in 1592 opgesloten in Mechelen, en een tweede maal in 1598. Het geestelijk hof leverde haar over aan het wereldlijk gerecht. We beschikken niet over het vonnis. Volgens Raes zou het kunnen dat het geval Margaretha Cornelis 'één van de ongekende heksenverbrandingen in Mechelen' was.

19:46 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.