30-04-16

Kerkelijke leer over bijgeloof en magie volgens de concilies en synodes (1570-1630)

Tweede diocesane synode van Antwerpen (1576)

Titulus XI De Superstitionibus

Caput I
Quoniam graviter passim in observationibus superstitiosis delinquitur, videlicet dando eleëmosynas certas, certo numero, gestando certis diebus chartas, amuleta, annulos, imagines cum certis characteribus certo die inscriptis, et quaecumque naturalem rationem non habent ad eum effectum qui eis adscribitur, aut ad cujus consecutionem usurpantur. Item quandocumque ex certis signis scriptis vel verbis, etiam sacris, aliquis praesumit certitudinem ejus effectus qui in rebus particularibus neque integram, neque necessariam causam habent: mandamus ut pastores diligenter advigilent ne a suis hujusmodi perpetrentur: doceant eos, qui propter morbos prolium et pecorum, aut sterilitatem agrorum, praediorum, aut arborum, in ejusmodi superstitiosas averruncationes proclives sunt, ut juxta consilium Apostoli Jacobi capite quinto, dum ob aliquam adversitatem contristantur, orent: si remedia petenda sint, ea adhibeantur quae ostendit Chrysostomus ad populum Antiochenum Homilia 21 cap. 44. Deus est enim, ut testatur Isaias, qui irrita facit signa divinorum, et in futuro vertit ariolos.

Hier en daar gaat men zich op ernstige wijze te buiten aan superstitieuze praktijken, namelijk het geven van een welbepaald aantal aalmoezen, het op welbepaalde dagen dragen van briefjes, amuletten of beelden, met welbepaalde tekens, op welbepaalde dagen erop geschreven, die geen natuurlijke oorzaak hebben van de werking die eraan toegeschreven wordt. Op dezelfde wijze wanneer iemand uit welbepaalde geschreven tekens of woorden, zelfs als ze heilig zijn, de zekerheid afleidt van hun gevolgen, die in specifieke zaken, noch een onbezoedelde, noch een noodzakelijke oorzaak hebben. Daarom dragen wij de pastoors op, dat ze er ijverig over waken dat niemand van hun onderhorigen dergelijke praktijken zouden bedrijven: ze dienen hen te onderrichten, die wegens ziekte van kinderen of dieren, of onvruchtbaarheid van akkers, boerderijen of bomen, vatbaar zijn voor zulke bijgelovige afweermiddelen.... 

Caput II
Non minus offenditur Deus in variis vaticinationum ac praedictionum modis, dum passim aniculae infatuateae a daemonibus sese pro divinis venditant. Quamobrem praecipimus parochis nostris, ut si qui sint in suis parochiis qui hoc malo laborant, a nos deferant.

Niet minder wordt God beledigd door verschillende vormen van profetieën en voorspellingen, als ze komen van oude vrouwtjes, die, voor de gek gehouden door demonen, zich als waarzegsters verkopen. Daarom dragen wij onze parochiepriesters op om, indien er in hun parochies personen zijn die dit kwaad bedrijven, aan ons over te dragen.

Caput III
Rogamus magistratus omnes, ut hoc malum e tota republica extirpent, et ne nomen quidem tolerent; jubeantque omnes, qui super eventibus futuris et quibusvis secretis responsa dant, in exilium agi: atque eos, qui tales consulunt, graviter puniant: nam et hi, ut est Levitici cap. 19, turpiter polluuntur. Quare mandamus  pastoribus nostris ne eos qui ejusmodi publice consuluerunt, absolvere tentent absque publica poenitentia.

Wij vragen aan alle wereldlijke autoriteiten, dat ze dit kwaad uit de maatschappij uitroeien, en dat ze geen enkele naam (?) tolereren; ze moeten allen die antwoorden geven over toekomstige gebeurtenissen en geheimen, verbannen, en zij die hen raadplegen, streng straffen.

Caput IV
Incantatores et qui carminibus suis mira machinantur, adeo ut etiam animos hominum fascinare se dicant, multo erunt severius a magistratibus profligandi.

Bezweerders en zij die met hun toverspreuken wonderbaarlijke dingen in kaart zetten, in die mate dat ze beweren de menselijke geest te kunnen betoveren, moeten nog strenger door de wereldlijke overheid worden uitgeroeid.

Caput V
Ad magnam etiam divini nominis irecerentiam pertinet depravatissimus mos jurandi variis et abominandis modis: adeo ut hac in parte multi ipsis blasphemis daemonibus videantur exequandi. Hoc peccatum quantum Deo dislplicet, et quantam iram Dei in populum excitet, satis testatur poena quae jussu Dei blasphemo fuit irrogata: voluit enim Deus illum ab omnibus lapidari extra castra, ut ostenderet vindictam illius irreverentiae ad omnes pertinere. Hinc curandum est magistratui, ut severa in ejusmodi homines animadversione iram Dei avertant.

Provinciale synode van Kamerijk (1586)

Signa vel Imagines, annulive, orationes scriptae, vel, ut vocant, brevia, characteribus, aut nominibus incognitis impressa, ne ad alicujus morbi hominis, jumentive curationem adhibeantur: ne etiam ligaturae matrimonii actum impedientes, aliave veneficia, vel fascinationes superstitiosa observatione fiant, aut dissolvantur: nec vulnera aut plagae ullae superstitiosa observatioso adhibito signorum, verborum aut precum numero, linteolis, vel alia, quae a Medicis comprobata son sit, ratione curentur. Denique quicumque hujusmodi, vel aliis superstitionibus, Daemonum invocationibus, implicitis vel explicitis pactis cum iisdem usi fuerint, quive artem Astrologicam judiciariam, a Sanctissimo Domino nostro Sixto V. speciali Constitutione damnatam, exercuerint, excommunicationem incurrant, & per Pastores in suis concionibus publicae excommunicati denuntientur, & aliis poenis a jures impositis subjaceant.

Tekens of beelden, ringen, geschreven gebeden, of zoals ze genoemd worden, briefjes, met onbekende letters of namen bedrukt, mogen niet gebruikt worden ter genezing van mensen of dieren....wonden of ziekten mogen niet met bijgelovige praktijken, zoals aantal tekens, woorden of gebeden, linten, of andere, die door de medici niet goedgekeurd zijn, genezen worden. Tenslotte worden zij geëxorciseerd, die deze of andere bijgelovige praktijken uitoefenen, die impliciete of explicite pacten met demonen sluiten, die de kunst van de gerechtelijke astrologie bedrijven, die door Zijne heiligheid Sixtus V in een speciale constitutie verboden is geworden... 

Derde provinciaal concilie van Mechelen (1607)

Het eerste provinciaal concilie van Mechelen in 1570 omschrijft, onder de hoofding IX "De Superstitione"  wat de kerk onder bijgeloof verstond. Er is sprake van bijgeloof wanneer men iets tracht te bereiken, zonder de naam van God of de kerk aan te roepen, zonder tussenkomst van de heiligen, of zonder redelijke middelen. Het derde provinciaal concilie van Mechelen in 1607 veroordeelde, onder de hoofding XV "De Superstitione", in veel concretere termen wat zij als bijgelovige praktijken beschouwde (1):

1. Nemo ad morbos vel vulnera hominum aut brutorum curanda superstitiosis remediis utatur; vel super rebus deperditis aut super futuris eventibus; ac quibusvis secretis, divinos, seu pro divinis se venditanter, consulere praesumat. Si aliquis aliquid horum fecerit, et monitus non abstinuerit, mox ipsi ordinario vel officiali denuntietur, juxta Bullam Sixti V editam contra exercentes Astrologiae judiciariae artem, quae incipit: Coeli  et terrae creatos. 

Niemand mag bijgelovige middelen gebruiken om ziektes of wonden van mensen of dieren te genezen. Ook is het verboden waarzeggers te raadplegen voor het terugvinden van verloren zaken of toekomstige gebeurtenissen. Diegene die dit toch doet, en hij volhardt na gewaarschuwd te zijn, dient onverwijld naar de kerkelijke rechtbank verwezen te worden. [Er wordt ook gesproken over astrologie, en de bul van paus Sixtus V "Coeli et terrae creatos", maar vermits de astrologie tot de geleerde magie behoorde, en we ons hier met de volksmagie bezighouden, laten we dit terzijde]. 

2. Et nihilominus haec Synodus mandat Judicibus Ecclesiasticis, ut in exilium mittant, vel mitti curent, omnes qui super futuris eventibus aliisque secreta responsa dant; eosque qui tales consulunt, graviter puniant,et multo gravius animadvertant in maleficos, et incantatores, et etiam omnes qui vulgo Aegyptii vocantur.

Deze synode maant de kerkelijke rechters om hen te verbannen of te laten verbannen, die geheime antwoorden geven over toekomstige gebeurtenissen of anderszins. Des te meer dienen ze te letten op tovenaars [maleficos], bezweerders [incantatores], en zij die in het gewone spraakgebruik zigeuners [Aegyptii] genoemd worden.

3. Et quoniam rudis populus saepe ex ignorantia superstitionibus inquinatus; Parochi subditos suos diligenter de illis doceant: et inter coetera, superstitiosum esse, exspectare quemcumque effectum a quacumque re, quem res illa, nec ex sua natura, ne ex insitutione divina, nec ordinatione vel approbatione Ecclesiae producere potest.

Vermits het ruwe volk zich dikwijls uit onwetendheid tot het bijgeloof wendt, dienen de pastoors hun onderhorigen daarover te onderrichten, onder andere, dat het bijgeloof is om het even welk effect te verwachten van om het even welke zaak, dat die zaak, noch vanuit goddelijke instelling, noch vanuit de wijding of goedkeuring van de Kerk, kan voortbrengen [Hier wordt verwezen naar de algemene definitie van bijgeloof van het eerste concilie van Mechelen in 1570].

4. Nullus omnimo exorcisare praesumat sine licentia Ordinarii in scriptis obtenta: nemo utatur aliis exorcismis quam ab Ordinario approbitis, vel potestate exorcisandi ulla ratione abutatur, sub poena perpetuae privationis illius officii, et alias arbitraria.

Niemand mag exorciseren zonder schriftelijke toelating van de kerkelijke overheid; niemand mag gebruik maken van andere exorcismen dan diegene die door de kerkelijke overheid goedgekeurd zijn, noch misbruik maken van het recht om te exorciseren, voor om het even welke reden, op straffe van eeuwige uitsluiting van dit recht. 

Interessant zijn ook de opmerkingen van de dekens en pastoors op dit derde provinciaal concilie van Mechelen in 1607 (2):

Metuunt non posse impediri hanc superstitionem sine subsidio saecularium magistratuum; et etiam quia non desunt viri docti, qui haec referant ad gratiam sanitatum; et quia promiscue fere omnes fabri ferrarii utuntur mediis superstitiosis, saltem in aliquibus districtibus, in curandis equis.

Ze vrezen dit bijgeloof niet te kunnen verhinderen zonder de hulp van het wereldlijk gezag, omdat er zelfs veel geleerde mannen zijn, die dit bijgeloof toepassen, ten bate van de gezondheid, en omdat bijna alle hoefsmeden, ten minste in sommige streken, bijgelovige middelen gebruiken om paarden te genezen.

quid sentendiendum sit de mulierculis distinguentibus varia genera morborum Sanctis adscripta, quae putant certis observationibus, vulgo "met boeten te houden", curari debere.

Hoe moet geoordeeld worden over die vrijpostige vrouwen, die verschillende ziektes onderscheiden, en aan heiligen toeschrijven, die ze met zekere 'voortekens' (observationes), in de volksmond "met boeten te houden", denken te moeten genezen.  

Tweede diocesane synode van Mechelen (1609)

Titulus XIV De superstitionibus et exorcismis (3):

1. Abominanda est eorum vanitas et superstitio, qui certo numero et praescripta forma Missarum vel precum affirmant certas designatas e Purgatorio semper liberari; quive certo pollicentur sine poenitentia et Sacramentis ex hac vita non migraturos eos, qui hunc vel illum ex Sanctis coluerunt.

Het is bijgeloof en ijdelheid te geloven dat men zekere zielen altijd uit het Vagevuur kan verlossen door middel van een welbepaald aantal missen of gebeden, of in een voorgeschreven vorm; aan personen verzekeren die deze of gene heilige aanroepen, dat ze niet zonder penitentie of sacramenten zullen sterven.

2. Licentiam exorcizandi a nobis adeptus

De toelating tot exorciseren wordt door mij verleend [d.i. de aartsbisschop van Mechelen]

3. Mulieri energumenae exorcismum adhibiturus, id praestet duabus saltem personis probatae vitae praesentibus; iisque, si fieri possit, energumenae consanguineis, aut affinibus.

Bij het exorcisme van een bezeten vrouw, dienen twee personen van goede levenswandel aanwezig te zijn, zo mogelijk, verwanten of bekenden van de bezetene.  

14de dekenale vergadering aartsbisdom Mechelen (1612)

Mandat etiam dictus Illustrissimus Dominus omnibus Decanis ut porrô suis Pastoribus in proxima eorum Congregatione injungant ut doceant populum superstitiosam esse vulgatissimam consuetudinem stramine circumligandi arbores cum exspectatione uberiorum fructuum qualis etiam est superstitio quôd carpantur herbae in profesto S Joannis tamquàm homines ab infortunio et domos ab incendio conservaturœ (4).

Het is ordinair bijgeloof om bomen met stro te omwikkelen in de hoop op rijkere oogsten. Ook is het bijgeloof om op de vooravond van St.-Jan Baptist kruiden te plukken om mensen tegen kwaad en huizen tegen brand te beschermen.

25ste dekenale vergadering aartsbisdom Mechelen (1623)

Omnes et singuli Pastores iisdem diebus pluries successive acriter et cordatè pro concionibus moneant populum abstinere à superstitiosis remediis contra morbos et ad noscendum occulta quae vitia videntur multùm hoc tempore invalescere. Et in Capitulis proximis inter se communicatione habita Pastores conficiant cataloguai istorum casuum inter quos censendœ sunt pœnitentiae quas vocant boeten certis diebus et formis prœscriptœ contra morbos per imperitas mulierculas et alios sine debito examine et judicio Ecclesiae cum promissione vel expectatione certi eventûs (5).

De pastoors dienen het volk te waarschuwen zich afzijdig te houden van bijgelovige remedies tegen ziektes en ervaringen met occulte middelen. Deze misbruiken schijnen heden ten dage steeds meer voor te komen. De pastoors dienen lijsten van dergelijke gevallen op te stellen, o.a. van de praktijken die men "boeten" noemt. Deze worden tegen ziekten gehouden, op welbepaalde dagen en in een voorgeschreven vorm, door ongeschoolde vrouwen en anderen, zonder het verplichte onderzoek en oordeel van de Kerk, met de hoop op zekere effecten.

2de dekenale vergadering bisdom Gent (1614)

Dekenale vergadering Ieper (1631)

Verloofden weigeren de afkondiging van hun bannen op feestdagen te aanhoren, maar enkel op zondagen; vrouwen weigeren op een vrijdag gezuiverd te worden; dienstmeisjes weigeren op een maandag in dienst te treden; het op bepaalde dagen omwikkelen met stro, in de hoop op betere oogsten,etc.

11de dekenale vergadering bisdom Gent (1632)

13de dekenale vergadering bisdom Gent (1650)

 

Andere kerkvergaderingen

Moreau, in zijn Histoire de l' Eglise en Belgique geeft nog andere voorbeelden van door de concilies en synoden veroordeelde vormen van populair bijgeloof (6):

  • een welbepaald aantal kaarsen branden voor die of die aangelegenheid
  • het vee beschermen tegen aanvallen van wolven door zekere magische formules uit te spreken (6)
  • het raadplegen van waarzeggers om de auteur van een diefstal te achterhalen
  • populaire of oneervolle liederen op de beiaard spelen
  • De H. Mis verlaten na het tonen van de hostie. Men vindt hier een overblijfsel van een bijgelovige opvatting uit de middeleeuwen, volgens dewelke het voor de gelovige voldoende was om de hostie te zien, om tegen het Kwaad beschermd te zijn.
  • op de vooravond van Sint-Jan (22 juni) kruiden plukken om mensen tegen onheil en huizen tegen brand te beschermen
  • een reis onderbreken omdat men eksters hoort krassen
  • verloofden weigeren de afkondiging van hun huwelijksbannen te horen op een feestdag, maar enkel op een zondag (7)
  • dienstmeisjes willen niet op  een maandag in dienst treden
  • enzovoort

-----------------------------------------------------

(1) DE RAM, Synodicon Belgicum, dl.I, p. 388 e.v. De vertalingen zijn niet letterlijk, maar parafraserend.
(2) DE RAM, o.c., dl.I, p. 319.
(3) DE RAM, o.c., dl. II,p. 232.
(4) DE RAM, o.c., dl. II, p. 270.
(5) DE RAM, o.c. dl. II,p. 286.
(6) MOREAU, Histoire de l' Eglise en Belgique, dl.V, p.68 en 360-361. Voorbeelden uit synodes van Mechelen, Doornik, Gent en Ieper.
(7) zie ook H. STORME, Die trouwen wilt voorsichtelijck, 1992, p. 342.

12:29 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.