07-05-16

De nestelknoop of de magische castratie

Hier doen we een klein onderzoekje naar de 'nestelknoop' of het 'nestelknopen' tijdens de huwelijksplechtigheid in de 17de en 18de eeuw. Deze magische handeling zou impotentie of steriliteit veroorzaken. We zijn hierbij vooral geïnteresseerd in de gebruikte termen of begrippen, want een onderzoeker, die deze begrippen niet kent, loopt de kans om over bepaalde fragmenten in de bronnen heen te lezen, omdat  de betekenis duister blijft. Ik stootte de eerste keer op deze term in het werk van Marcel Gielis (1), die mijn verbeelding prikkelde om dit weinig bekende fenomeen wat verder uit te diepen.

Tenslotte was het een uitdaging om nog eens Latijnse teksten onder handen te nemen. Hoewel ik in mijn jeugd Latijn heb geleerd, is dit zeker geen gemakkelijke klus. Ik citeer in  extenso de Latijnse citaten die over de nestelknoop, de ligatura of ligula handelen. Daarbij kies ik voor een droge, letterlijke vertalingsstijl, die het best aansluit bij de gortdroge theologische teksten.

Nederlands: de nestelknoop, het nestelknopen, de veterknoop, het veterknopen
Frans: l' aiguillette, nouement de l' aguillette
Duits: die Nestelknüpfe
Latijn: ligatura, maleficium ligaturae, ligula, ligatura magica, innodationis fascinatio, ...

De nestelknoop (in het Frans 'le nouement de l' aiguillette' genoemd) was volgens Le Roy Ladurie een door het volk zeer gevreesde magische praktijk, een vorm van symbolische castratie (2). Op het moment dat de priester een huwelijk inzegent, glipt een tovenaar of tovenares zich achter de bruidegom, knoopt een draad (de associatie met het afbinden van de zaadleiders is evident), en werpt een muntstuk op de grond, terwijl hij of zij de duivel aanroept. Als het muntstuk verdwijnt, zal het koppel ongelukkig, steriel of overspelig zijn.

De Franse priester J.B. Thiers, schrijft in zijn Traité des superstitions (1679) hetvolgende (3): verder uitwerken

De Zuidelijke Nederlanden

vermeld in ordonnantie van Filips II (1592): verder uitwerken

Kerkelijke wetgeving en praktijken

1. bisdom Kamerijk

Diocesane synode van Kamerijk in 1586 (4):

...ne etiam ligaturae matrimonii actum impedientes, aliave veneficia, vel fascinationes superstitiosa observatione fiant, aut dissolvantur...

Dat geen nestelknopen, die de huwelijksakt belemmeren, noch andere toverijen, of betoveringen vanuit een bijgelovige praktijk, gemaakt worden, noch losgemaakt. 

De diocesane synode van Kamerijk in 1604 vermeldt de nestelknoop (5):

Excommunicatos…denunciari volumus …illos qui ligaturis, signis, maleficiis, aliisve modis matrimonii actum impediunt, etiamsi animo illa dissolvendi aut cito tollendi id fecerint.

Wij willen hen als geëxcommuniceerd beschouwen, die door de nestelknoop, tekens of toverij, of andere middelen de huwelijksakt belemmeren, zelfs als ze dit doen om hem los te knopen of snel op te heffen.

2. Bisdom Namen

De synode van Namen in 1639 vermeldt de 'nestelknoop', een vorm van magische castratie, alsook elke vorm van maleficium, die de voltrekking van de huwelijksact belemmert (6). 

Сum intelligamus quotidiè matrimonia, ligaturis perturbari, eorumque finem impediri, nonobstante Praedecessoris nostri gravissimo decreto, quo perniciosissimum hunc abusum, sub pœnâ excommunicationis, etiàm sibi reservatae, severissime  prohibuit;  Nos idem decretum, sub iisdem poenis renovantes;  Mandamus  Pastoribus, ut hujus flagitij gravitatem, saepiús populo inculcent, & excommunicatos esse denuntient eos, qui ejusmodi ligaturis, aut aliis quibuscumque maleficiis, actum matrimonii inter conjuges, quomodolibet impedire conantur, cujus flagitii, et excommunicationis, prout Praedecessores nostri absolutionem, nobis reservamus.

We vernemen dagelijks dat huwelijken door de knoop (ligaturis) verstoord worden, en hun doel verhinderd, niettegenstaande het gewichtige decreet van onze voorganger, waarmee hij dit allerverderfelijkste misbruik, op straffe van excommunicatie, ja, een door hem gereserveerde casus, ten strengste verbiedt. Wij dragen de pastoors op, aan het volk de ernst van dit misdrijf in te prenten, en hen als geëxcommuniceerd aan te wijzen, die  met de knoop of enig ander tovermiddel, de huwelijksakt tussen echtgenoten proberen te verhinderen. Wij reserveren voor ons, net zoals onze voorganger, de absolutie van dit misdrijf en zijn excommunicatie (7).

3. Bisdom Brugge

In 1646 schrijft de Bisschop van Brugge de Haudion:

Doceant etiam populum ut a superstitionibus et praestigiis, quae ruri praesertim frequentius committuntur, omnino abstineat, ac notanter inculcent sponsis de futuro nihil ex eo mali imminere quod in ecclesia denunciationi bannorum futuri sui matrimonii personaliter intersint, et occurente casu, in confessionibus aut alias ostendant gravitatem delicti qui ligaturis vel aliis arteficiis impediunt actus matrimonii noviter coniunctorum (8).

[De pastoors] moeten het volk onderrichten, dat ze zich volledig dienen te onthouden van bijgelovige praktijken en knepen, die vooral op het platteland bedreven worden. Vooral dienen ze de verloofden in te prenten dat er geen kwaad zal voortvloeien uit het feit dat ze persoonlijk aanwezig zijn in de kerk bij de afkondiging van hun toekomstig huwelijk. Ook dienen ze, desgevallend, in de biecht of andere gelegenheden de ernst van het delict aan te klagen van zij die door het leggen van knopen of andere knepen de huwelijksakt  van jonggehuwden belemmeren. 

A. Van Vyve schrijft in 1725 over de ligatura, de ligula of den nestelinck cnoopen (13)

Mirum alicui videri posset, quod inter casus reservatos Ligula numeretur, cum passim vix sciatur quid ligula significet, & quid tantae inordinationis contineat, ut reservationem mereatur: sed si quis confideret, quod per Ligulam non solum superstitiosus abusus proprie dicti Ligaminis intelligatur, qui nostratibus vulgo dicitur Den Nestelinck cnoopen; sed etiam omne maleficium, quo signanter inter recenter nuptos usus Matrimonii impeditur; desinet mirari: cum non solum sit damnabilis superstitio, sed etiam peculiariter injuriosa Sacramento, vitae conjugum sociali, & propagationi generis humani inimica, atque adeo publico Ecclesiae ac Reipubublicae bono pestilentia & noxia: imo frequentioris (praesertim ruri) inter petulantes aemulantesque juniores praxeos, quam regulariter homines simplices & timorati sibi queant persuadere.

4. Bisdom Ieper

Concilie 1609 CG, VIII, 813) en Statuta 1673 (244)

5. Andere bisdommen

De theoloog en minderbroeder Joseph Pauwels spreekt rond het midden van de 18de eeuw nog over de nestelknoop (14):

Ligatura, Ligula, seu qod est idem, Maleficium Ligaminis, est usus signi sensibilis, quo impeditur actus Matrimonialis in conjugibus. Id autem posse & solere Magos,  probatur, tum authoritate canonum, tum communi sententia Theologorum, tum praxi Eccelsiae, quae sic affectos post trienni irritam experientiam, adjuncta septem testium juratorum manu, separare consuevit. 

De knoop, de veter, of wat hetzelfde is, de toverij van de veter, is het gebruik van een waarneembaar teken, waardoor de huwelijksact bij de echtelieden belemmerd wordt. Dat tovenaars daartoe in staat zijn, wordt bevestigd door het canonieke gezag, het eensluidend oordeel van de theologen, en de kerkelijke praktijk, die het gebruik kent om de slachtoffers van dergelijke praktijk, na een tevergeefse periode van drie jaar, met behulp van zeven gezworen getuigen, te laten scheiden. 

quidam malefici solummodo ligulam sub certo murmure verborum nectunt ; sed diabolus interea Maleficium perficit, & sive virum, sive foeminam impotentem reddidit ; saepius tamen virum.

Sommige magiërs binden de knoop enkel onder het mompelen van zekere woorden, maar het is de duivel die de betovering voltrekt, en ofwel de man, ofwel de vrouw impotent maakt, maar meestal de man.

De theologen zijn het eens, zo schrijft Pauwels, dat er zeven oorzaken van magische impotentie zijn:

Prima, est grave odium opera daemonis inter conjuges excitatum.
Secunda, interjectum obstaculum, quo impediatur corporum approximatio.
Tertia, est spirituum vitalium remora seu prohibitio, ut non descendant ad membra generationis.
Quarta, est seminis prolifici dessicatio.Quinta, est remissio superstitiosa rigoris, genitalibus necessarii ad actum matrimonialem.
Sexta, est locorum muliebrium restrictio, aut virilium fuga & recessus.
Septima, est usus superstitiosus rerum naturalium aut pharmacorum, quibus aliquid virtutis inest ad eundem effectum. 

Ten eerste, het opwekken van een grote haat tussen de gehuwden.
Ten tweede, het plaatsen van een obstakel, waardoor de nadering van de lichamen belemmerd wordt.
Ten derde, het uitstel of de belemmering van de levensgeesten [het sperma], waardoor ze niet afdalen naar de voortplantingsorganen.
Ten vierde, de uitdroging van vruchtbaar zaad.
Ten vijfde, de bijgelovige verslapping van de stijfheid van de geslachtsdelen, die nodig is voor de huwelijksact.
Ten zesde, het dichtknijpen van de vrouwelijke delen, of vermijding en terugtrekking van de mannelijke delen.
Ten zevende, het bijgelovig gebruik van natuurlijke producten of geneesmiddelen, die de eigenschap hebben om dit effect teweeg te brengen.

De theoloog schrijft hier bijna letterlijk de demonoloog Del Rio over (15).

Predikatie

De Luikse predikant Marchantius schrijft in het begin van de 17de eeuw, in een commentaar op het eerste gebod, het volgende over de nestelknoop (9):

Ut tandem concludam ad haec quoque diabólica maleficia et pacta primo praecepto probibita, omnino referendae sunt ligaturae illae maléficae quibus sacramenti matrimonii usus impeditur. Diversa autem sunt ligaturae istae aut maleficia, et diversi eorum ritus, nam ex daemonis plácito illorum pendent formulae cui multa a Deo permittitur potestas super instrumentis generationis.

Tenslotte zijn diabolische toverij en arrangementen verboden door het eerste gebod, hieronder moeten vooral die toverknopen vermeld worden, waardoor de vervulling van het huwelijkssacrament wordt belemmerd. Talrijk zijn die knopen of toverijen, en talrijk zijn hun rituelen, want God heeft aan de demon die er de auteur van is, een grote macht gegeven over de voortplantingsorganen.

Het is interessant dat in de 19de-eeuwse vertaling van Marchantius geen melding meer gemaakt wordt van het veterknopen, slechts nog van 'ces sorts qui empêchent d' user du mariage'. Betekent dit dat het geloof in de nestelknoop in de letterlijke zin, als een specifieke vorm van diabolische impotentie of steriliteit verloren was gegaan?

Kerkelijk exorcisme

Tegen de nestelknoop of andere vormen van toverij werd vaak een beroep gedaan op een kerkelijk exorcisme (10). De Pastorale van het bisdom Gent schreef het volgende voor: (verder uitwerken)

Concrete gevallen van de nestelknoop

Mijns inziens wordt er in in Oorderen (1614) allusie gemaakt op de nestelknoop (11). De deken van de landdekenij Antwerpen schrijft immers:

Monitus sum circa has partes esse frequentem usum maleficii circa matrimonia, quod ut evadant, sponsi proiiciunt annulum in terram. Despiciendum de remedio, ne malum serpat, si non corrigatur.

Ik ben ervan op de hoogte gebracht dat in deze contreien frequent gebruik gemaakt wordt van toverij tegen het huwelijk. Om dat te voorkomen werpen de verloofden een ring op de grond. Indien tegen dit gebruik niet wordt opgetreden, moet er uitgekeken worden naar een remedie, opdat de kwaal niet zou uitbreiden.

De enige expliciete vermelding in de (niet-normatieve) bronnen dat de nestelknoop effectief voorkwam, heb ik gevonden in Zellik in 1714 (12):

Est in parochia gravis corruptela, diciturque fuisse valde diu, scilicet procuratio impotentiae in neo-conjugibus per innodationis fascinationem; serpitque subinde et in vicinas parochias, cum gravissimis incommodis, quae satis nota, et quondam modo essentialia sunt: abhorrunt nuptientes a publica Sacramenti Matrimonii susceptione, verentur enim, se futuros impedimento obnoxios, si innotescat tempus conjunctionis sacramentalis; hinc pastor cogitur illos clauculo disponere, et ibidem clauculo conjungere, idque fere semper extra parochiam et nihilominus plerique, ut Pastor retulit, per aliquod saltem temporis spatium obnoxii sunt. Eidem, impedimento obnoxii, satis saepe recurrunt ad eos qui remedia adhibent et idem illicita, imo, ut verendum, maleficio maleficium tollunt.

In deze parochie is een zwaar misbruik, waarvan men zegt dat het van oudsher sterk aanwezig is geweest, namelijk het toedienen van impotentie aan jong-gehuwden, door de betovering van de knoop (innodationis fascinationem). Het misbruik komt herhaaldelijk voor, ook in de buurparochies, met zeer ernstige nadelen, die maar al te goed bekend zijn. De essentie komt hierop neer dat het huwelijkspaar zeer bang is van de publieke toediening van het sacrament van het huwelijk. Ze vrezen namelijk dat ze in de toekomst slachtoffer zullen worden van dit (huwelijks)beletsel, als het tijdstip van de sacrale vereniging bekend raakt. Hier wordt de pastoor gedwongen het trouwpaar in het geheim vrij te stellen, daar hen in het geheim in de echt te verbinden, en dit bijna altijd buiten de parochie. Desalniettemin zijn de meesten, zoals de pastoor zegt, minstens een zekere tijd belemmerd. Zij die door het beletsel getroffen zijn, lopen maar al te vaak naar personen die remedies aanbieden, ook al zijn die ongeoorloofd, en waarvan inderdaad te vrezen valt dat ze toverij met toverij bestrijden.

 

------------------------------------------------------------------------

(1) M. GIELIS, Magie en religie in het oude hertogdom Brabant.Een verkennen onderzoek naar de heksenwaan en de waan der historici, in: Taxandria, 1994, p. 46 en 91.
(2) Zie de uitgebreide uiteenzetting over de nestelknoop door LE ROY LADURIE, l'aiguillette', in: Le territoire de l'historien, II, 1978, en J. DELUMEAU, La peur en Occident (XIVe-XVIIIe siècles), 1983, p.  54 e.v.
(3) THIERS, Traité des superstitions, 1679.
(4) Concilia Germaniae, Tomus VII, 1767, p. 995.
(5) Statutorum synodalium ecclesiae Cameracensis pars prima,Parijs, 1739, p. 257.
(6) M.-S. DUPONT-BOUCHAT, La répression des croyances et des comportements populaires dans les Pays-Bas: l' église face au superstitions (XVIe-XVIIIe s.), in: De hekserij in de Nederlanden, p. 123. Deze auteur schrijft ook dat de nestelknoop ook al in de synode van 1604 vermeld wordt, maar ik heb daar in de bronnen niets van teruggevonden.
(7) Decreta et statuta synodorum Namurcensium, Namur, 1704, synode van 1639, titel IV, De superstitione et exorcismis, p. 218-219.
(8) M. THERRY, De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706), 1988, p. 85-88.
(5) In Oorderen (1614) werd de deken gewaarschuwd dat door de kwade hand (usum maleficii) schade aan huwelijken werd berokkend. Om dit tegen te gaan hebben verloofden de gewoonte om een ring op de grond te werpen (quod ut evadant, sponsi proiiciunt annulum in terram), zie  K. DE RAEYMAECKER, Het godsdienstig leven in de landdekenij Antwerpen (1610-1650), Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis, 1977, p. 189-192.
(6) L. TAEYMANS, Bisschoppelijke en decanale kerkvisitaties in het bisdom Mechelen naar de verslagen van de dekenijen Brussel-Oost en Brussel-West 1682-1750, onuitg. lic. verh, 1954., p. 165. Helaas zijn er onduidelijkheden in de transcriptie, waardoor het fragment moeilijk interpreteerbaar is.
(7) J. MARCHANTIUS, Le jardin des pasteurs, Franse vertaling uit het Latijn, 1862 (oorspr. 1ste uitgave 1626-1627), dl. III, p. 459-460. Zie ook I. MAESSCHALCK, Wacht u, o mensch, van bygheloof : toverij en superstitie in de Zuidnederlandse prediking van de 17de en 18de eeuw
, onuitg. lic. verh. KULeuven, 1995, p. 79-80.
(8) J. PAUWELS, Tractatus theologicus de casibus reservatis, 1755, p. 328. Pauwels schreef ook het Tractatus de labaïsmo, 1749, een casuïstische uiteenzetting tegen de gemengde bijeenkomsten van jongeren.
(9) DELRIO, Disquisitiones Magicae, Leuven, 1610, dl. II, L(iber) III, s(ectio) VIII, p.64, de maleficio ligaminis.
(10) M. THERRY, De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge,(1609-1706), Brussel, 1988, p. 87.
(11) thesis KUL: aan te vullen
(12) thesis KUl uit de jaren '50: aan te vullen

 

18:18 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |