25-11-16

Sprinkhanenplaag in 873: 'tanden harder dan steen'

Annales Xantenses

873 - In het midden van de maand augustus kwam opnieuw de oude plaag van de Egyptenaren, namelijk een ontelbare zwerm sprinkhanen, in onze landen. Ze leken op bijen die uit  hun korf vlogen, kwamen uit het oosten, en maakten, terwijl ze in de lucht vlogen, het fijne geluid van kleine vogeltjes. En wanneer ze opstegen, kon men nauwelijks de hemel als door een zeef zien. In zeer veel plaatsen kwamen de pastoors van de kerken en de hele geestelijkheid hen met relikwieën en kruisen tegemoet, terwijl ze Gods erbarmen afsmeekten, dat hij deze plaag van hen zou afwenden. Niet overal echter, maar hier en daar richtten ze grote schade aan. 

Postea vero mediante mense Augusto antiqua Egiptiorum plaga, id est locustarum innumerabilis turma more apium de alevo exeuntium, ab oriente nova exorta est per terras nostras, quae in aere volitantes, vocem subtilem velut aviculi parvi dantes. Et dum elevarentur, caelum vix velut per cribram intueri potuit. In plerisque locis vero pastores ecclesiarum et omnis clerus cum kapsis et crucibus occurerunt eis misericordiam Dei implorantes, ut defenderet eos ab hac plaga. Non tamen ubique, sed per loca nocuerunt (1). 

Annales Fuldenses 

873 - Hetzelfde jaar was er een hevige hongersnood in heel Italië en Germanië, en velen stierven van honger. Ten tijde van de nieuwe oogst echter heeft een plaag van een gans nieuwe aard, die eerst onder de stammen der Franken zichtbaar werd, het Germaanse volk wegens zijn zonden niet weinig getroffen. Namelijk wormen, als sprinkhanen, met vier vleugels en zes poten, kwamen uit het Oosten en bedekten als sneeuw de ganse oppervlakte van het land, waar ze alle groen op akkers en weiden afvraten. Ze hadden een brede mond, een lange maag en twee tanden harder dan steen, waarmee ze de taaiste boomschors konden afknagen. Hun lengte en dikte was als die van een mannenvuist, hun aantal zo groot, dat ze bij Mainz in één uur 100 jugera afvraten. Wanneer ze echter vlogen, bedekten ze over de afstand van één mijl de hele lucht, zodat diegenen die op de aarde stonden, nauwelijks de stralen van de zon konden zien. Enige van hen sloeg men dood en het bleek dat ze volledige aren met graankorrels en baard in zich hadden. Als de enen naar het Westen weggevlogen waren, kwamen er nieuwe bij, en gedurende twee maanden boden ze bijna dagelijks aan de toeschouwers een verschrikkelijk schouwspel. In Italië, in de streek van Brescia, zo zegt men, heeft het drie dagen en nachten bloed uit de hemel geregend.

Eodem anno facta est fames valida per universam Italiam atque Germaniam, et multi inedia consumpti sunt. Tempore vero novarum frugum novi generis plaga et prima in gente Francorum visa Germanicum populum peccatis exigentibus non mediocriter afflixit. Nam vermes quasi locustae quattuor pennis volantes et sex pedes habentes ob oriente venerunt et universam superficiem terrae instar nivis operuerunt cuncta, quae in agris et in pratis erant viridia, devastantes. Erant autem ore lato et extenso intestino duosque habebent dentes lapide duriores, quibus tenacissimas arborum cortices corrodere valebant. Longitudo et grossitudo illarum quasi pollex viri ; tantaeque erant multitudinis, ut una hora diei centum jugera frugum prope urbem Mogantiam consumerent. Quando autem volabant, ita totum aerem per unius miliarii spatium velabant, ut splendor solis in terra positis vix apparet ; quarum nonnullae in diversis locis occisae spicas integras cum granis et aristis in se habuisse repertae sunt. Quibusdam vero ad occidentem profectis supervenerunt aliae, et per duorum mensium curricula pene cotidie suo volatu horribile cernentibus praebuere spectaculum. In Italia in pago Brixiensi tribus diebus et tribus noctibus de caelo pluisse narratur. (2)

Regino van Prüm

In het jaar van de Menswording van de Heer 873  kwam een ontelbare menigte van sprinkhanen in de maand augustus uit het Oosten, en ze verwoestten bijna geheel Gallië. Ze waren groter dan andere sprinkhanen, hadden zes paar vleugels, en, wonderlijk om te zeggen, ze vlogen door de lucht in afzonderlijke eenheden en, nadat ze op de grond geland waren, maakten ze hun kamp zoals divisies van een leger. Samen met enkele anderen, reisden de leiders één dag voor het leger uit, alsof ze geschikte plaatsen voor de legertros wilden uitzoeken. Rond het negende uur landden ze, daar waar de leiders de vorige dag geweest waren, en ze verplaatsten zich daarvandaan niet tot zonsopgang.  Dan stegen ze op in hun squadrons, zodat men geneigd was te denken dat die kleine wezens militaire discipline hadden. Ze deden zich tegoed aan de veldvruchten, die ze zodanig opvraten, dat het leek alsof ze door een immense storm verwoest waren. Eén dagreis van hen was ongeveer vier of vijf mijl. Het hele aardoppervlak bedekkend, kwamen ze tot aan de Britse zee, waartoe ze, bij Gods wil, door de hevige windvlagen werden geblazen, en waarin ze ondergedompeld werden, weggedragen in haar ruime uitgestrektheid. Het zieden en kolken van de oceaan dreef hen terug en vulde de stranden. Dusdanige stapels van hen werden opgehoopt, zodat die leken op bergtoppen. De lucht werd verpest door de stank en de verrotting, die een hevige plaag veroorzaakte, waardoor velen die in de omgeving woonden, omkwamen. 

locustarum inaestimabilis multitudo mense Augusto ob oriente veniens totam pene pervastavit Galliam. Quae maoires erant quam caeterae locustae habebantque sena alarum remigia, et mirum dictu, ut castrorum acies distinctis ordinibus per aera ferebantur vel terrae incumbentes castra metabantur. Duces cum paucis exercitum itinere unius diei preibant, quasi loca apta multitudini provisuri. Circa horam nonam, ubi duces pridie venerant, insidebant, nec a loco occupato movebantur, quousque  sol suum representaret ortum, tunc per turmas suas profiscebantur, ut in parvis animalibus desciplinam militarem cerneres. Sgetibus vescebantur, quae ab eis ita depastae sunt, ut veluti inmani tempestate consumptae veiderentur. Spatium diurni itineris quatuor aut quinque milibus etendebatur. Pervenerunt autem usque ad mare Brittanicum superficiem terrae cooperientes, in quo Deo volente violento ventorum flatu inpulsae atque in profundum absportate dimersae sunt.  Aestu vero atque refusione oceani reiecta littora maritima repleverung ; tantaque congeries facta est, ut ad instar montium cumulatae coacervarentur : e eearum foetore ac putretudine aer corruptus diram pestem finitimis generavit, ex qua multi perierunt (3).

 ----------------------
(1) Annales Xantenses, in MGH, SS, dl. 12, p. 33 (online).
(2) Annales Fuldenses, in MGH, SS, dl. 7, p. 79 (online).
(
3) Wereldkroniek van Regino van Prüm: in MGH, SS, Script. rer. Germ. dl, 50 p. 105 (online).

14:32 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.