15-01-17

Misdrijven tegen de goddelijke majesteit: De Damhouder (1555)

VI Van crimen iegens de Goddelicke maiesteit:

  • blasphemie
  • prevaricatie
  • apostasie
  • heresie
  • simonie
  • sortilegie
  • divinacie
  • incantacie

X Apostasie:

  • vanden helighen geloove
  • van obediencie
  • van reghelen
  • wat eist, ende hoese ghepuniert werdt

XI Heresie hoe die ghepuniert wordt

XII Simonie hoe die ghepuniert wordt

XIII Sortilegien, divinatien, incantatien, tooverien: hoe die ghepuniert worden

XIIII Vier manieren van divineren,

  • Geomancie diemen doet in deerde, d. geomanti;
  • Hydromancie diemen doet int watere, d. Hydromanti;
  • Pyromancie diemen doet inden viere d. Pyromanti;
  • Aerimantie diemen doet inden lucht d. Aerimanti

XV Dauteurs van der conste magique zijn gheheeten:

  • Harioli,
  • Haruspices,
  • Sortilegi
  • Augures,
  • Phitonisse
  • Geneliaci (?)
  • Saliotores,
  • Necromantici

-------

Joos de Damhouder, Practycke ende Handbouck in criminele zaeken, Leuven, 1555, p. 82. (online)

22:10 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De 1000 namen van de Duivel

Enkele namen van de duivel, die in de heksenprocessen van het graafschap Namen in de 16de-17de eeuw voorkomen:

Abel, Baltus, Belzébuth, Briat, Castadot, Castadotte, Chantenef, Courtody, Dieudonné, Houzeau, Jacques, Macque, Moreau, Pied-Fendu, Pimpurnette, Plomar, Robinet, Rouge-Bonnet, Verdelette

-----------------
Bron: 

Brouette, La sorcellerie dans le comté de Namur au début de l' époque moderne, in: Annales de la Société Archéologique de Namur, 1954, p. 368-369.

21:21 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Levende penissen die haver en graan eten: Heksenhamer

De Heksenhamer (1485/86) wordt wel eens één van de gruwelijkste boeken genoemd, die ooit geschreven zijn. Alleen Mein Kampf (1924) is misschien nog gruwelijker.

Ik ga hier niet de geschiedenis van de heksenwaan en van de Malleus Maleficarum uitleggen (zie bv. Wikipedia), maar ik wil hier inzoemen op een bepaald fragment, die de hele waanzin van de demonologische theorie blootlegt. En het tekstfragment werd zelfs in die tijd al belachelijk gemaakt, als een expressie van de morbide, extreme seksfantasieën van hun auteurs, Heinrich Kramer en Jacobus Sprenger.

"En wat moeten we denken over die heksen die op die manier mannelijke organen verzamelen in groten getale, wel zoveel als twintig tot dertig penissen? Ze plaatsen hen in een vogelnest, of sluiten hen op in een doos, waar ze als levende penissen bewegen, en ze eten haver en graan, zoals velen gezien hebben en een zaak van publiek debat is. Er wordt gezegd dat dit alles het werk en de illusie van de duivel is, want de zintuigen van zij die dit zien, worden misleid op de manier die we uiteengezet hebben. Want, een bepaalde man vertelt dat, toen hij zijn lid verloren had, hij een bekende heks benaderde om haar te vragen om hem zijn lid terug te geven. Ze vertelde de betroffen man om in een bepaalde boom te klimmen, en dat hij een penis, die hem beviel, uit het nest mocht nemen, waarin verschillende penissen waren. En toen hij probeerde een grote penis te grijpen, zei de heks: Je mag die penis niet nemen, terwijl ze eraan toevoegde dat die penis aan een parochiepriester toebehoorde."

Hoewel dit verhaal hyperbolisch of overdreven is -waarschijnlijk geloofden weinigen dat heksen penissen konden stelen- toch geloofden velen in die tijd dat heksen een man impotent konden maken, velen geloofden in de realiteit van magische castratie of impotentie, zie de nestelknoop. Wat de auteurs van de Heksenhamer deden, was talloze elementen uit de volkscultuur (de volkse heks) en de elitecultuur (de theologische auteurs) samensmeden tot een totalitair concept, m.n. de demonologische heks, die verantwoordelijk zou worden voor tienduizenden slachtoffers in de 16de-17de eeuw, zeker toen de wereldlijke overheid het concept van de demonologische heks in haar strafverordeningen zou overnemen.

-------------------------

Bron: 
The Malleus Maleficarum of Heinrich Kramer and James Sprenger, translated by the Reverend Montague Summers, 1971 (oorspr. edititie 1928), p. 121.

20:08 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |