01-04-17

De wetten van de magie

Sinds de 19de eeuw hebben etnologen, folkloristen en sociologen getracht systematiek aan te brengen in het geheel van magische geloofsovertuigingen en praktijken (croyances et pratiques/beliefs and practices), en de interne coherentie van het magisch wereldbeeld of universum te achterhalen. Ik denk bv. aan Hubert en Mauss, Esquisse d' une théorie générale de la magie (1902-1903), en aan Arnold van Gennep, de reus van de Franse folklore. Het onderzoek van magische overtuigingen en praktijken bij primitieve volkeren, alsook van de folklore van westerse volkeren in de 19de en eerste helft van de 20ste eeuw, kan via de regressieve methode ons inlichten over het magisch wereldbeeld in het pre-moderne Europa.

Jean Delumeau in zijn Le catholicisme entre Luther et Voltaire (1971, 1ste ed.) geeft een handig overzicht van de wetten of principes van het magisch wereldbeeld. Hij steunt daarbij in hoge mate op het minutieuze onderzoek van Etienne Delcambre van de dossiers van de heksenprocessen in Lotharingen in de 16de-17de eeuw: Le concept de la sorcellerie dans le duché de Lorraine au XVIe et au XVII siècle (dl. 1 en 2), en Les devins-guérisseurs dans la Lorraine ducale (1948-1951).

1. De wet van de overdracht (Loi du contact)
Magiërs kunnen genezen door louter aanrakingen of zelfs door hun adem. Een genezeres dient kruiden toe aan een patiënt, maar het mogen enkel kruiden zijn die in haar eigen tuin groeien. Die kruiden nemen als het ware gedeeltelijk de levenskracht van de genezeres over. Of, een jong meisje heeft geelzucht. Men laat haar de urine van de genezeres drinken, weliswaar vermengd in een taart met boter en honig. De urine is als het ware het voertuig van de mysterieuze kracht van de genezeres. De wet van de overdracht/contact speelt ook bij het geloof  in het 'kwade oog': men gelooft dat er contact is tussen het kwaadaardige fluidum in het oog van de magiër, en de persoon of het ding die 'aangeraakt' worden door de blik.

2. Wet van het gelijkaardige (Loi de similarité)
In het magisch universum komt deze wet het meest voor. Men gelooft dat heksen regen of mist kunnen veroorzaken door het water van een moeras te laten bewegen. Of ze kunnen de graanoogst laten mislukken door de aren met een witte stok te beroeren. Of ze kunnen een man impotent of onvruchtbaar maken door een veter te knopen (de nestel- of veterknoop).

3. Wet van het tegengestelde (Loi du contraste)
Alle vormen van magie hebben gespeculeerd over tegengestelden, bv. koud versus warm, water versus vuur. De notie van antipathie liet toe talloze rituelen van contramagie of onttovering te ontwikkelen. Soms was de wet van het tegengestelde een bijzondere variant van de wet van het gelijkaardige: het kwaad werd met een ander kwaad geneutraliseerd, bv. in geval van een ziekte, die het kwaad vertegenwoordigde, menselijke beenderen aanwenden. Vermits het kadaver en beenderen de kwade kracht van de demon incarneerden, neutraliseerde men het kwaad met een ander kwaad: beide gelijkaardige polen stootten elkaar af.

Marc Therry, in zijn De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706), 1988, sluit grotendeels aan bij de ideeën van Delumeau, en andere auteurs, die gelijkaardige noties poneren.

1. Het overdrachtsbeginsel (of de wet van het contact of van de besmetting)
Een ziekte of kwaal kan door louter contact, of door ingewikkelde rituelen, overgedragen worden op een ander mens, dier of  voorwerp. Een tovenaar of heks kan iemand betoveren door een slag of duw te geven. De kracht van bepaalde voorwerpen om het kwaad of ziekte af te weren, bv.  amuletten, kan overgaan op de ruimte, de stal of het huis, of het lichaam waarop het gedragen wordt. Men geloofde dat het dragen van stukjes papier of perkament met vreemde tekens erop, de drager ervan tegen allerlei onheil beschermde.

2. Het analogiebeginsel (of de wet van de gelijkvormigheid)
Het principe dat de beste genezende middelen overeenkomst of gelijkenis vertonen met de kwaal, in vorm, kleur, smaak, geur of andere kenmerken. Bv. het voorschrijven van rode wijn tegen de roode ommeganck, dit is dysenterie of buikloop met bloedverlies.

A. De Cock in zijn Volksgeneeskunde in Vlaanderen, 1891, spreekt enkel over het sympathiebeginsel, een 'gemeenschappelijkheid van gevoel' tussen enerzijds de natuurwezens en anderzijds de lijdende of zieke. Dat geheimzinnig verband kan berusten op oorzaak van de ziekte, uitwerking, naam, aard van de ziekte, etc.

1. De oorzaak
Men kan een hondenbeet genezen door het haar van de hond op de wonde te leggen.

2. De vorm of uitzicht
Bv. gewassen met speen- of knobbelachtige wortels kunnen aambeien genezen.

3. De kleur
Bv. een geelsappig kruid zoals de stinkende gouwe is een middel tegen de geelzucht.

4. De aard of het aantal van de voorwerpen
Drie wortels van de weegbree of het derde stengellid van het ijzerkruid, als thee gebruikt, genezen de driedaagse koorts; vier wortels of het vierde lid, de vierdaagse korts.

5. De naam
De hondsroos en de hondsribbe helen de beten doo dolle honden. Het leverkruid neemt de leverziekte weg. De steenbreke heeft het vermogen nierstenen te verbrijzelen. Men gelooft dat de roos een onfeilbaar middel is ten de huidziekte met dezelfde naam. De marentakken, in de veestal opgehangen, kunnen de 'mare' of de nachtmerrie onschadelijk maken.

6. De geschiedenis
Het verband tussen bepaalde kwalen en bedevaarten, spruit voort uit de eigenschappen en de levensgeschiedenis van de respectieve heiligen.

De samenstellers van de tentoonstelling 'Witte magie, zwarte magie' (ASLKgalerij Brussel, 20 januari-7 mei 1995) wilden het terrein van de magie afgrenzen van het volkse bijgeloof en de gevestigde religie. Genezing van een ziekte kan zowel door religieuze al door magische handelingen nagestreefd worden. Maar in de religie gaat het om een vraag waarover God soeverein beslist, terwijl de magie een bevel is aan de natuurlijke of bovennatuurlijke krachten, dat in hoge mate afhankelijk is van het formalisme van de magische rituelen, en de competentie van de magiër. In beide gevallen wordt een beroep gedaan op bovennatuurlijke krachten. De magiër manipuleert deze krachten, terwijl de religieuze mens zich eraan onderwerpt.

In het magisch denken tussen al wat is, is gebaseerd op twee principes:

1. Het sympathetisch beginsel
Al wat ooit tot een groter geheel behoorde, blijft de eigenschappen ervan bewaren. Iemands afgeknipte haren of vingernagels behouden de eigenschappen van de drager.

2. Het symbolische of analogiebeginsel
Dingen die op elkaar gelijken, beïnvloeden elkaar. Bijvoorbeeld voodoo-poppen.

13:08 Gepost door Hagelandia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Post een commentaar