28-11-09

Veetelling Roosbeek in 1795

Tabelle van t' getal der peerden, veulens, koeijen, runderen, ossen, kalveren, vaeren (sic), verkens, boven de 6 maanden en onder, schaepen, oeijen, lammeren, sich bevindende in de gemeijnte van Roosbeek 

Henr. Monnoij, 3 paarden, 1 veulen, 9 koeien, 4 runderen, 3 kalveren, 1 vaars, 4 varkens > 6 maand, 6 varkens < 6 maand

Joannes Vranckx, 4 paarden, 1 veulen, 4 koeien, 4 runderen, 1 kalf, 5 varkens > 6 maand

Jacobus Vranckx, 3 paarden, 6 koeien, 2 ossen, 2 varkens > 6 maand, 5 varkens < 6 maand

Jacobus Dewael, 3 paarden, 1 veulen, 5 koeien, 3 runderen, 1 varken > 6 maand, 5 varkens < 6 maand

Henr. Huts sone arnoldi, 2 paarden, 1 veulen, 3 koeien, 1 rund, 1 kalf, 2 varkens > 6 maand, 4 varkens < 6 maand

Francis Geens, 2 paarden, 1 veulen, 4 koeien, 3 runderen, 3 varkens < 6 maand

Hieronimus Geens 4 koeien, 1 rund, 1 varken > 6 maand, 2 varkens < 6 maand

Guilliam vanweddingen, 1 paard, 1 veulen, 3 koeien, 2 runderen

Franc. Vanweddingen, 1 paard, 1 veulen, 3 koeien, 1 os, 1 kalf

Petrus Wera, 1 paard, 1 veul, 3 koeien, 1 rund, 1 kalf

Jan Dons, 1 paard, 1 veulen, 2 koeien, 1 rund, 1 kalf

Francis vanweddingen, 2 koeien, 2 runderen, 2 kalveren

Lamb. Festraets, 2 paarden, 3 koeien, 1 rund

Louis Lambrechts 3 koeien, 1 rund, 2 kalveren

Petrus Geens, 1 paard, 3 koeien, 1 rund, 1 kalf

Theodor Dewit, 2 koeien, 2 runderen, 1 varken < 6 maand

Henr. Vanweddingen, 1 veulen, 3 koeien, 1 kalf

Joannes Pans, 2 koeien, 1 kalf, 2 varkens < 6 maand

Adr. Serv. Desi?, 2 koeien, 1 rund, 1 varken < 6 maand

Petrus Janssens, 1 koe, 1 rund, 1 kalf, 1 varken < 6 maand

Petrus Vandecauter, 2 koeien, 1 kalf, 1 varken < 6 maand

Jac:Vrancx Sen.(ior), 2 koeien, 1 rund, 1 varken < 6 maand

Henr. Vanhaegendoren, 2 koeien, 1 rund, 1 kalf

Petrus de Coster, 2 koeien, 1 kalf

Franc Festraets, 1 koe, 1 rund, 1 varken < 6 maand

Wed. Guill. Lauers, 2 koeien, 1 rund

Arn. Geusens, 2 koeien, 1 rund

 Guill. Cauwenberghs, 2 koeien, 1 rund

Albert vandecauter, 2 koeien, 1 kalf

Petrus Huts,  2 koeien, 1 rund

Joannes Boon,  1 koe, 1 kalf, 1 varken < 6 maand

Henr. Huts, 1 koe, 1 rund, 1 varken < 6 maand

Gilis Laermans, 1 paard, 1 koe

Petrus Michiels, 1 koe, 1 rund

Jan van Sevenbergen, 2 koeien

Wed. Jacob Vanderstucken, 1 koe, 1 rund

Theodor Laermans, 2 koeien

Joannes den Abt, 1 koe, 1 kalf

Hier. Noë, 2 varkens < 6 maand

Daniel Duwaerts, 1 koe, 1 kalf

Henr. Wartel, 1 koe

Wed. Joannes Vandeput, 1 koe

Joannes Laermans, 1 koe

Wed. Lambert Coenen, 1 koe

Arn. Olivier, 1 koe

Franc. vandebossche, 1 koe

Guill. Hauteques, 1 varken < 6 maand

Nicolaus Dewit, 1 koe

Hier. Geusens, 1 koe

Judocus Swinnen, 1 koe

Maria Theresia Laurens

Peeter Peeters

Urbanus Ruisson(Buisson, Huisson?)

Aldus gedaen opgenomen ende verclaert voor die bovengenoemde persoonen coram die wethouderen van roosbeeck hac 10 januari voors. 1795, onderteekent L.D. Laurens dross(aert), Hendrick Monnoije, Lambertus Festraets, Peeter Wera en Francis Huts

Bronnen

Algemeen Rijksarchief, Administration Centrale et Supérieure de la Belgique, nr. 712, Graan- en veetelling Roosbeek, jaar III (op microfilm)

15-10-09

Gedwongen lening jaar IV in Kerkom

In Juli 1794 versloegen de Franse revolutionaire troepen het Oostenrijkse leger bij Fleurus. Dit was het begin van de tweede bezetting van onze gewesten door de Fransen. Deze stond in schril contrast met de eerste bezetting in 1792-1793. Toen beschouwden de Fransen onder leiding van generaal Dumouriez zich als bevrijders, die de democratische gedachte in de Nederlanden kwamen verspreiden. Deze keer beschouwden de Fransen zich als bezetters, die tot taak hadden onze gewesten leeg te zuigen ten voordele van de Franse oorlogseconomie.

Ze onderwierpen de bevolking aan zware oorlogsheffingen en belastingen in allerlei vormen, zoals invordering van graan, paarden en vee, schoeisel, arbeidskrachten en kunstwerken. De Fransen waren minutieuze boekhouders, die alles bijhielden wat er gebeurde, tot in de kleinste dorpen toe. We hebben lijsten van de gedwongen lening van het jaar IV voor elke gemeente van Brabant, waaruit we hier de gegevens voor Kerkom geven, gedateerd op 29 pluviose IV (18 februari 1796):

Jean Wera:  municipaal agent 'ad interim' (d.i. in afwachting van de verkiezingen), landbouwer, deels met eigen grond, deels met pachtgrond, Zijn vermogen wordt geraamd op 2500 pond, zijn inkomen op 500 pond. Hij werkt mee aan de opeisingen en draagt bij door middel van wagens en logementen.

Jean de Villers: adjunct-municipaal agent ad interim, zijn vermogen wordt geschat op 4000 pond. Bij geraamd inkomen staan twee getallen: 480 en 200 pond. Misschien is die 200 pond het bedrag van de opeising. Hij heeft een grote familie en voldoet aan de opeisingen.

Pierre Van Parijs: landbouwer met pacht- en eigen grond, geraamd vermogen: 4000 pond, inkomen: 600 pond (50 pond als opeising?). Hij heeft een grote familie en draagt bij aan de opeising door middel van karren.

Jacques Van Elderen, père: landbouwer, geraamd vermogen: 3200 pond, geraamd inkomen: 400 pond (100 pond opeising?). Hij voldoet aan de opeisingen.

Le citoyen Cleijnens: pastoor, leeft van zijn pastoorsvergoeding van 100 pond. Hij kan bijdragen aan de republiek.

Zoals uit de tekst blijkt, droegen de aangeslagenen grotendeels bij in natura: het leveren van transportdiensten met karren en de inkwartiering van soldaten.

De bedragen in pond zijn waarschijnlijk uitgedrukt in het Franse pond tournois, terwijl men tot dantoe in de Oostenrijkse Nederlanden de Brabantse gulden gebruikte. De verhouding was 49 gulden voor 90 pond tournois. Later werd het pond tournois vervangen door de decimale frank, die 5 gram zilver bevatte.

Drie personen kwamenwe reeds tegen in de strotelling van 1792 voor Kerkom: Jacobus/Jacques Wera (25.500 pond stro), de grootste landbouwer van Kerkom, Petrus/Pierre Van Parijs (17.000 pond), en Joannes/Jean de Villers (14.400 pond).

 

Bronnen

Rijksarchief Anderlecht, Dijledepartement, nr. 1347, Gedwongen lening kanton Glabbeek
Vrijheid gelijkheid of de dood. 1 oktober 1795. Brussl op een keerpunt, Brussel, 1995.

24-09-09

De boeren van Roosbeek in 1790-1792

Het opstellen van een sociale stratificatie van een dorp in de 18de eeuw is geen gemakkelijke opgave. Met sociale stratificatie bedoelt men het rangschikken van de dorpsbewoners volgens inkomen, rijkdom, welvaart. De onderzoeker kan wel aan de hand van bv. de volkstellingen van 1755 en het jaar IV (1796) een beroepsstructuur opstellen, zodat men weet hoeveel boeren, landarbeiders, ambachtslieden er zijn, en die in percentages uitdrukken. Maar dan nog weet men weinig over inkomen en rijkdom. Er waren immers rijke pachtboeren, naast kleine keuterboeren, en ook landarbeiders, herbergiers en ambachtslieden konden part-time een eigen landbouwbedrijfje hebben.

Daarom is het beter een beroep te doen op gegevens die de bevolking indelen naargelang het relatieve bezit van agrarische produktiemiddelen, vooral grond en vee. De fiscale tellingen van 1702 en 1747 geven belangrijke informatie over grondbezit en vee. Ook belastinglijsten, vooral de twintigste penning en dorpsbelastingen op het vee, de opeisingslijsten uit het jaar III (1794) van graan en vee zijn belangrijke bronnen. Maar omdat dit fiscale bronnen zijn is er altijd het gevaar van ontduiking en onderschatting. Dit is echter eigen aan fiscale bronnen, wij mogen niet hyperkritisch zijn, anders wordt elke poging tot het opstellen van een sociale stratificatie in onze dorpen in de kiem gesmoord.

Ook leveringen aan het leger kunnen gebruikt worden om de sociale hiërachie binnen een dorp vast te stellen. Hier bespreek ik zo 'n bron: de strotelling van maart 1792. De Staten van Brabant hielden toen een telling van het stro in de Brabantse dorpen, met het oog op levering daarvan aan het leger. Binnen de dorpen werden lijsten opgesteld met de hoeveelheden tarwe-, haver- en gerststro per inwoner. Deze telling kadert binnen de gespannen relatie tussen het revolutionaire Frankrijk en Oostenrijk. In april 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk. Deze strotelling is bewaard gebleven voor de meierijen Kumtich, Halen en Geten.

Hier geef ik de gegevens van deze strotelling voor Roosbeek (deelgemeente van Boutersem). Enkel de totalen worden weergegeven. De groepering in categproieën is ook van mijn hand.

Liste begrypende de opregte quantiteyt van Terwe, Coren, Haver en Gerste Stroey door ons Wethouderen van Roosbeek bevonden onder onse Jurisdictie, volgens Acte van locaele Visitatie door ons genomen den 10den meert 1792

boeren met meer dan 20.000 pond stro
Hendrick Monnoije (29.000), Franciscus Vranckx (20.000), Joannes Vranckx (20.000), Jacobus Dewael (20.000)

boeren met 10.000 - 20.000 pond stro
Weduwe Jan Van Haegendoren (11.700), Francis Van Weddingen, sone Jan (11.000), Francis Geens, molder (11.000), Hendrik Huts (10.500)

boeren met minder dan 10.000 pond stro
Lambertus Festraets (8.000), Hendrik Van Haegendoren (5.500), Francis Festraets (5.000), Lowies Lambrechts (3.600), Guilliam Van Weddingen (2.500), Hendrik Van Weddingen Linde (1.200)

Strobezit is een goede indicator voor veebezit. Er zijn in Roosbeek 14 dorpelingen met in totaal 159.000 pond stro. De strobezitters maken 20% uit van de mannelijke bevolking boven 12 jaar in 1784.

De vier grootste boeren van het dorp zijn Hendrik Monnoije, Franciscus Vranckx, Joannes Vranck en Jacobus Dewael, die in totaal 89.000 pond stro bezitten, d.i. 56% van de totale voorraad. Zijn al deze mensen 'boeren'? Men ziet bv. dat Francis Geens, met 11.000 pond stro, molenaar is. Er is ook een grote afstand tussen de grootste strobezitter Hendrick Monnoije (29.000 pond) en de kleinste strobezitter Hendrik van Weddingen (1.200 pond).  Zijn de kleinere strobezitters niet veeleer landarbeiders of ambachtslieden?

We kunnen deze mensen linken aan de ondertekenaars van de petitie 'Declaratie van de Belgique volkeren' uit 1790. We hebben ze allemaal kunnen terugvinden, op uitzondering van Jan Van Haegendoren die in 1790 nog leefde en in 1792 door zijn  zijn weduwe vertegenwoordigd wordt in de strotelling. Twee stroboeren (Hendrick Monnoije en Joannes Vranckx) zijn schepen in 1790. Van de veertien stroboeren kunnen er twee niet schrijven (Guilliam Van Weddingen en Hendrik Van Weddingen Linde). Dit betekent dat 86% van de stroboeren geletterd zijn. Dit is meer dan 64%, het globale alfabetisatieniveau van de ondertekenaars van de petitie.

Tenslotte, het feit dat al deze stroboeren de petitie van 1790 ondertekenen, betekent dat ze het conservatieve wereldbeeld van de Statisten delen, dat ze niet opgezet zijn met de nieuwlichterijen vand de democraten of de Vonckisten, die geassocieerd werden met de Franse Revolutie. Craeybeckx heeft wellicht gelijk als hij de Brabantse Revolutie als een conservatieve revolutie in een welvarend land bestempelde.

Bronnen

De srotelling uit 1792 voor Roosbeek vindt men in Rijksarchief Anderlecht, Staten van Brabant, Cartons, nr. 283/5 (meierij Kumtich). De petitie uit 1790 voor dezelfde gemeente is te vinden in hetzelfde fonds, nr. 147/19 (in de inventaris van B. Augustyn over de Staten van Brabant ten onrechte als Gaasbeek geïnventariseerd).

F. VANHEMELRYCK (ed.), Revolutie in Brabant 1787-1793, Brussel, 1990.

J. CRAEYBECKX, De Brabantse Omwenteling: een conservatieve opstand in een achterlijk land?, in: Tijdschrift voor Geschiedenis, t. 80; 1967, pp. 303-330.